empirio.ai

Beoordelingsvragen in vragenlijsten & enquêtes

Zo formuleer je beoordelingsvragen die bruikbare antwoorden opleveren: de drie beoordelingsmogelijkheden, vier regels voor de vraagtekst en de juiste vervolgvraag.

Auteur bij empirio.ai - Maria Malzewdoor Maria MalzewBijgewerkt op 25 september 2026Leestijd 12 min

Stel je twee vragenlijsten voor over hetzelfde studentenrestaurant. In de eerste staat ‘Vind je het eten lekker?’ met ja en nee, in de tweede ‘Hoe beoordeel je het eten?’ met vijf stappen. De eerste splitst je respondenten in twee kampen, de tweede laat verschillen zien.

Een beoordelingsvraag is het vraagtype waarmee je houdingen, meningen en zelfgerapporteerd gedrag in stappen meet: je legt je respondenten een vraag of een uitspraak voor die ze beantwoorden op een schaal met meerdere stappen, met woorden, met cijfers of met symbolen. Hierna weet je welke beoordelingsmogelijkheden er zijn en hoe je de vraag erboven zo formuleert dat de antwoorden achteraf iets betekenen.


📌 Het belangrijkste in één oogopslag

  • Een beoordelingsvraag meet stappen, geen ja of nee.
  • Verbaal, numeriek en visueel zijn de drie beoordelingsmogelijkheden.
  • De vraag is de tekst, de ratingschaal het antwoordformaat.
  • Porst raadt dubbele stimuli en ontkenningen af.
  • Zonder open vervolgvraag blijft de reden onbekend.

Gratis enquête maken

Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.

  • Enquête met AI
  • Aanpassen met drag & drop
  • Analyse in realtime
Gratis beginnen

Wat is een beoordelingsvraag?

Een beoordelingsvraag is een vraagtype waarmee je houdingen, meningen en gedragingen kunt meten. Je respondenten krijgen een uitspraak of een vraag te zien en beoordelen die op een schaal met meerdere stappen, bijvoorbeeld van ‘zeer tevreden’ tot ‘zeer ontevreden’.

Binnen de vraagtypen in een vragenlijst hoort de beoordelingsvraag bij de gesloten vragen. Lenzner en Menold (2015) onderscheiden in de GESIS Survey Guidelines drie grote groepen antwoordformaten: open vragen, gesloten vragen met ratingschalen en gesloten vragen zonder ratingschalen. Een beoordelingsvraag werkt met het tweede formaat.

Nog iets over het woord zelf, want dat scheelt zoektijd. ‘Beoordelingsvraag’ is vooral een praktijkterm. De methodenliteratuur benoemt meestal het antwoordformaat en spreekt van ratingschalen of beoordelingsschalen. Onder die zoektermen vind je duidelijk meer bruikbaar materiaal. Op ‘schaalvraag’ kun je beter niet zoeken, want dat woord wordt in het Nederlands ook gebruikt voor een gesprekstechniek in coaching en hulpverlening.

Beoordelingsvraag en ratingschaal: waar het verschil zit

De beoordelingsvraag is de vraagtekst, de ratingschaal is het antwoordformaat eronder. Ze horen bij elkaar en toch beslis je er los van elkaar over: de vraagtekst bepaalt wát er beoordeeld wordt, de schaal bepaalt in welke stappen dat mag. Hoeveel stappen je schaal nodig heeft, of er een midden in zit en hoe je de stappen labelt, zijn daarom eigen keuzes.

Veel overzichten op internet gooien beide door elkaar en zetten onder ‘beoordelingsvragen’ alleen schaalvarianten. Beslissend is juist de combinatie: een doordachte schaal redt geen onduidelijke vraag en een precieze vraag helpt niet als de stappen er niet bij passen. Dit artikel gaat over de vraagkant.

De schaal bepaalt hoe fijn je meet. De vraag bepaalt wat je meet.

Wat je met de antwoorden van een beoordelingsvraag mag rekenen

Antwoorden op een beoordelingsvraag staan strikt genomen op een ordinale schaal. De stappen hebben een duidelijke volgorde, maar niemand kan aantonen dat de afstand tussen ‘goed’ en ‘matig’ net zo groot is als die tussen ‘matig’ en ‘slecht’. Je leest vaak dat beoordelingsvragen op intervalniveau liggen en dat het gemiddelde daarmee is toegestaan. Dat is geen eigenschap van de data, maar een aanname.

Verdedigbaar is het gemiddelde dus alleen als je die aanname van gelijke afstanden benoemt en onderbouwt. Bij één losse beoordelingsvraag zijn de frequentieverdeling en de mediaan de voorzichtiger keuze. Pas als meerdere uitspraken over hetzelfde onderwerp tot één totaalscore worden verrekend, zoals bij de likertschaal gebruikelijk is, wordt het gemiddelde standaard. Ook dan blijft de gelijke afstand een aanname die in je methodenparagraaf hoort.

Welke beoordelingsmogelijkheden zijn er in een vragenlijst?

Drie beoordelingsmogelijkheden dek je met een beoordelingsvraag praktisch altijd af: de stappen dragen woorden, ze dragen cijfers of ze dragen plaatjes. Wat je respondenten op hun scherm zien, bepaalt mede hoe zorgvuldig ze antwoorden en hoe goed jij die antwoorden daarna kunt plaatsen.

De keuze is geen kwestie van smaak. Woorden zijn het minst gevoelig voor misverstanden, cijfers werken alleen bij systemen die je doelgroep al kent en plaatjes halen antwoorden op waar woorden in de weg staan. We nemen ze een voor een door.

Verbale beoordeling: één woord per stap

Bij de verbale beoordeling draagt elke stap een eigen woord, bijvoorbeeld ‘helemaal niet mee eens’, ‘niet mee eens’, ‘neutraal’, ‘mee eens’ en ‘helemaal mee eens’. Volledig gelabelde stappen zijn in wetenschappelijke vragenlijsten wijdverbreid, omdat niemand hoeft te gokken wat een stap betekent. Dat kost je wel ruimte: boven de zeven stappen vind je nauwelijks nog woorden waarvan de afstanden gelijkmatig aanvoelen.

Beoordelingsvraag met een verbale ratingschaal in de vragenlijst van een online enquête

Numerieke beoordeling: cijfers in plaats van woorden

Bij de numerieke beoordeling staan cijfers voor de stappen, in Nederland meestal cijfers van 1 tot en met 10. Dat werkt hier goed, want bijna iedereen kent dat systeem van school. Bij de Universiteit Utrecht staat het zelfs met zoveel woorden in de regels over eindcijfers: 1 is het laagste cijfer en 10 het hoogste, een 5 geldt als onvoldoende en een 6 als voldoende. Eindcijfers van 5,5 tot en met 5,9 worden daar op een 6 afgerond.

Precies daar zit een valkuil zodra je respondenten uit meerdere landen komen. Een kale cijferschaal zonder labels wordt namelijk gelezen vanuit de cijfertraditie die iemand gewend is: in Nederland is de 10 het beste cijfer, in Duitsland is dat de 1 en loopt de schoolschaal tot 6. Wie over de grens heen vraagt, labelt daarom minstens de twee uiteinden met woorden. Bij een schaal van 1 tot 7 zonder labels speelt hetzelfde probleem binnen één land: twee mensen leggen hetzelfde cijfer anders uit en aan je data zie je dat niet.

Beoordelingsvraag met cijfers als numerieke ratingschaal in een vragenlijst

Een bijzondere vorm van de numerieke beoordeling is een eigen standaard geworden. De Net Promoter Score werkt met een bereik van 0 tot 10, waarbij meestal alleen de uiteinden een woord dragen, en rekent de antwoorden volgens een vaste regel tot één kengetal om.

Tip

Heb je de aanbevelingsvraag al gesteld, dan hoef je de antwoorden niet zelf in groepen in te delen. Voer ze in onze calculator in en je kunt meteen de NPS berekenen, inclusief het aandeel promoters en criticasters.

Visuele beoordeling: symbolen, sterren, smileys

Bij de visuele beoordeling nemen plaatjes de stappen over, dus sterren, smileys, duimen of symbolen. Hun kracht zit daar waar lezen remt: bij kinderen, bij korte reacties na een afspraak en bij onderzoek over taalgrenzen heen. Hun zwakte zit in de interpretatie, want een lachend gezicht betekent voor de een ‘goed’ en voor de ander ‘zeer goed’.

Visuele beoordelingsvraag met symbolen in stappen in de vragenlijst van een online enquête

Voor een scriptie is de visuele beoordeling daarom zelden de eerste keuze. Voor een feest van je sportvereniging of een reactie aan de balie is het vaak de enige die ook echt wordt ingevuld.

Let op in je methodenparagraaf

Symbolen en smileys hebben geen taalkundig vastgelegde betekenis. Daarom is moeilijk te onderbouwen welke getalswaarde achter welk plaatje hoort. Gebruik je een symbolische beoordeling in een wetenschappelijk werk, neem de gebruikte symbolen dan op in de bijlage en rapporteer liever de frequenties per stap dan een gemiddelde.

Waar beoordelingsvragen worden gebruikt

Beoordelingsvragen worden ingezet zodra respondenten een subjectieve inschatting moeten geven en een ja of nee daarvoor te grof is. In de sociologie en de psychologie horen ze bij de basisuitrusting, in markt- en opinieonderzoek vullen ze een groot deel van de vragenlijsten.

De gemeenschappelijke kern van die toepassingen is een vertaalslag. Gevoelens, houdingen en tevredenheid liggen niet als getal klaar en een beoordelingsvraag maakt er stappen van waarmee je daarna kunt rekenen.

Vier velden kom je in de praktijk het vaakst tegen:

  • Tevredenheid: met een product, een cursus, een vereniging
  • Zelfinschatting: eigen zenuwen, eigen kunnen, eigen belasting
  • Beoordeling van anderen: een docent beoordeelt een klas, een team de leiding
  • Belang: hoe belangrijk losse criteria voor je respondenten zijn

Op universiteiten is de vakevaluatie het bekendste geval, bij de ene instelling onder die naam en bij de andere als cursusevaluatie. Uitspraken als ‘Het vak was goed opgebouwd’ worden daar in stappen beoordeeld, omdat een stap meer informatie draagt dan een ja of nee en de resultaten met een gelijkblijvende lijst over meerdere blokken of semesters vergelijkbaar blijven. In bedrijven loopt hetzelfde patroon onder de noemer medewerkerstevredenheid meten.

Een beoordelingsvraag formuleren: vier regels uit het enquêteonderzoek

Veel onbruikbare beoordelingen ontstaan niet bij de schaal, maar één regel daarboven. Als de vraag twee dingen tegelijk aanraakt of openlaat waar hij over gaat, vinkt je respondent toch iets aan. Alleen weet daarna niemand meer wat diegene bedoelde.

Voor dit deel van het werk bestaan goed gedocumenteerde aanbevelingen. Rolf Porst heeft ze gebundeld in zijn tien geboden van de vraagformulering (Porst 2000, ZUMA How-to-reeks nr. 2) en wijst er zelf op dat het geen onwrikbare regels zijn. De GESIS Survey Guidelines over vraagformulering van Lenzner en Menold (2015) leggen daarnaast uit waarom zulke formuleringsfouten respondenten overvragen. Beide bronnen zijn Duitstalig, dus geven we hun formuleringen hieronder in eigen woorden weer en niet als citaat. Vier regels beslissen bij beoordelingsvragen bijna alles.

Regel 1: één onderwerp per vraag, niet twee

Porst vat dat in zijn vierde gebod samen: vermijd dubbele stimuli en ontkenningen. Lenzner en Menold beschrijven het probleem, hier vrij weergegeven, zo: vragen die twee of meer inhoudelijk verschillende zaken aanraken, zijn voor respondenten moeilijk te beantwoorden zodra die zaken verschillend worden beoordeeld. Wie balie en openingstijden in één vraag laat beoordelen, krijgt van iedereen die het ene goed en het andere slecht vindt een antwoord dat niets betekent.

Regel 2: geen ontkenning en geen aanname in de vraagtekst

Ontkenningen zijn in beoordelingsvragen extra riskant, omdat de schaal eronder een richting heeft. Lenzner en Menold stellen met een verwijzing naar Dillman en collega’s dat woorden als ‘niet’ en ‘geen’ in vragen in principe te vermijden zijn, omdat ze makkelijk over het hoofd worden gezien.

Bij een instemmingsschaal onder een ontkennende zin draait de betekenis van het antwoord voor een deel van je respondenten om. Porst noemt in zijn vijfde gebod ook aannames en suggestieve vragen: ‘Hoe goed vond je de nieuwe vormgeving?’ gaat er al van uit dat iemand die mooi vond.

Regel 3: één duidelijk kader, inhoudelijk en in tijd

Een beoordeling heeft een onderwerp en een periode nodig, anders beoordeelt iedereen iets anders. Porst vraagt daarom om vragen met een ondubbelzinnige tijdsaanduiding en noemt concrete tijdsaanduidingen een anker. Lenzner en Menold laten hetzelfde zien aan een voorbeeld, hier vrij weergegeven: een vraag naar een doktersbezoek ‘kortgeleden’ wordt bij hen een vraag naar een doktersbezoek in de afgelopen vier weken.

Het CBS doet dat in eigen onderzoek net zo strak. In de vragenlijst Sociale samenhang 2024 luidt de tevredenheidsvraag: ‘Kunt u op een schaal van 1 tot en met 10 aangeven in welke mate u tevreden bent met het leven dat u nu leidt?’ Daarachter volgt de uitleg dat een 1 volledig ontevreden betekent en een 10 volledig tevreden. Vier dingen liggen daarmee vast: het onderwerp, het moment, het bereik en de betekenis van de uiteinden. Voor je eigen lijst betekent dat ‘Hoe beoordeel je de begeleiding in het afgelopen blok?’ in plaats van ‘Hoe beoordeel je de begeleiding?’.

Regel 4: vraagtekst en antwoordstappen moeten bij elkaar passen

De stappen onder de vraag moeten precies de dimensie weergeven waar je naar vroeg. Een vraag naar tevredenheid krijgt tevredenheidsstappen, een vraag naar frequentie krijgt frequentiestappen. Klinkt logisch, gebeurt toch continu: onder ‘Hoe belangrijk is een snelle reactie voor je?’ staan verrassend vaak de stappen van ‘mee eens’ tot ‘niet mee eens’. Aan welke eisen antwoordopties verder moeten voldoen, staat in het artikel over gesloten vragen.

Probleem in de vraagtekstZo nietZo beter
Dubbele stimulusHoe beoordeel je balie en openingstijden?twee losse beoordelingsvragen
OntkenningDe cursus was niet te snel.Hoe beoordeel je het tempo van de cursus?
AannameHoe goed vond je de nieuwe vormgeving?Hoe beoordeel je de nieuwe vormgeving?
Geen tijdskaderHoe beoordeel je de begeleiding?Hoe beoordeel je de begeleiding in het afgelopen blok?

Eén controle blijft over die geen regelset kan vervangen: lees je beoordelingsvraag voor aan iemand die het onderwerp niet kent en vraag wat die persoon nu moet beoordelen. Wijkt het antwoord af van je bedoeling, dan zit het aan de vraag. Waar zo’n testronde in het proces hoort, staat in de handleiding vragenlijst maken.

Gratis enquête maken

Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.

  • Enquête met AI
  • Aanpassen met drag & drop
  • Analyse in realtime
Gratis beginnen

Beoordeling of kritiek? Waarom een vervolgvraag erbij hoort

Een beoordelingsvraag vertelt je hoe het ervoor staat en nooit waarom. Ze levert een stap op, maar geen reden: of iemand het studentenrestaurant een 4 geeft omdat het eten koud was, omdat de rij te lang is of omdat de prijs omhoog ging, verraadt het aangevinkte cijfer niet.

Plan daarom bij elke beoordelingsvraag waarvan het resultaat tot een beslissing moet leiden een open vervolgvraag in. Aan wie je die dan echt laat zien, beslis je in de tweede stap. Het is één veld extra in je vragenlijst en het levert je meestal meer op dan een tweede schaal. Hoe je de tekstantwoorden daarna in telbare categorieën onderbrengt, laat het artikel over open vragen zien.

Gericht naar kritiek vragen is trouwens nog iets anders dan slechte beoordelingen inzamelen. Wie wil weten wat iemand zou veranderen, vraagt beter naar die verandering dan naar een cijfer: ‘Wat zouden we als eerste aan de cursus moeten veranderen?’ levert concrete voorstellen op, terwijl een schaal van ‘zeer goed’ tot ‘zeer slecht’ alleen vastlegt hoe tevreden iemand is.

Tip

Laat de vervolgvraag alleen zien waar die iets oplevert. Wie een van de twee laagste stappen kiest, krijgt ‘Wat was de belangrijkste reden voor je beoordeling?’, wie een van de twee hoogste kiest, krijgt ‘Wat heeft je het meest geholpen?’. Zo blijft je lijst kort en krijg je tekst van precies die mensen van wie het antwoord je verder brengt.

Conclusie

Een beoordelingsvraag staat in een minuut in je vragenlijst en is net zo snel waardeloos. Eén onderwerp per vraag, een duidelijk tijdskader en antwoordstappen die bij de gestelde vraag passen, brengen je meer dan elke extra schaalstap. En als het waarom je interesseert, plan het open veld dan meteen mee, want wie al gestemd heeft, laat zich achteraf bijna niet meer naar de reden vragen.

Hoe je verder gaat


Wil je je beoordelingsvraag één keer in de lijst zien voordat die de deur uit gaat?

Bij empirio.ai, een online enquêtetool uit Duitsland, zet je in een paar minuten een beoordelingsvraag met stappen klaar en kijk je na een paar testantwoorden of de verdeling oplevert wat je wilt rapporteren.

Gratis starten met empirio.ai

Veelgestelde vragen

Een beoordelingsvraag is een vraagtype waarmee houdingen, meningen en gedragingen in stappen worden gemeten. Respondenten beoordelen een uitspraak of een vraag op een schaal met meerdere stappen, bijvoorbeeld van zeer goed tot zeer slecht. Zo legt een beoordelingsvraag niet alleen vast of iets klopt, maar ook hoe sterk.

De beoordelingsvraag is de vraagtekst, de ratingschaal is het antwoordformaat eronder. Een vraagtekst bepaalt wat er beoordeeld wordt, een ratingschaal bepaalt in welke stappen dat mag. Twee beslissingen dus, die los van elkaar worden genomen: een doordachte schaal redt geen onduidelijke vraag en een precieze vraag helpt weinig als de stappen er niet bij passen.

Formuleer een beoordelingsvraag zo dat ze precies één onderwerp aanraakt, zonder ontkenning, zonder aanname en met een duidelijk tijdskader. Rolf Porst raadt in zijn tien geboden van de vraagformulering dubbele stimuli en ontkenningen af. Antwoordstappen moeten bovendien bij de gevraagde dimensie passen, dus tevredenheidsstappen bij een vraag naar tevredenheid.

Drie beoordelingsmogelijkheden dekt een beoordelingsvraag praktisch altijd af: verbaal met een woord per stap, numeriek met cijfers zoals de Nederlandse cijfers van 1 tot en met 10, en visueel met symbolen zoals sterren of smileys. Verbale stappen zijn het minst gevoelig voor misverstanden, numerieke werken bij bekende systemen, visuele passen bij korte reacties en bij kinderen.

Een beoordelingsvraag legt vast hoe sterk de kritiek is, maar niet waar die over gaat. Respondenten laten zien dat ze ontevreden zijn en laten open waar het aan ligt. Wie concrete kritiek nodig heeft, stelt daarnaast een open vervolgvraag naar de reden of vraagt direct naar de gewenste verandering in plaats van naar een cijfer.

Beoordelingsvragen worden overal gebruikt waar respondenten een subjectieve inschatting moeten geven en een ja of nee te grof is. Typische velden zijn tevredenheid met producten en cursussen, zelfinschattingen, beoordelingen van anderen en oordelen over belang. In de sociologie, de psychologie en het markt- en opinieonderzoek horen beoordelingsvragen bij de meest gebruikte vraagtypen.

Achter een beoordelingsvraag hoort een open vervolgvraag zodra het resultaat tot een beslissing moet leiden. Een beoordeling levert de stap op, een open vraag levert de reden. Verstandig is om de vervolgvraag alleen bij de hoogste en de laagste stappen te laten zien, zodat de vragenlijst kort blijft.

Dit zou je ook kunnen interesseren

Lexicon

Likertschaal: voorbeelden, stappen en analyse

Hoeveel antwoordstappen neem je, en zet je er een middenpositie in? We lopen die keuzes met je door, geven Nederlandse formuleringen en zeggen wat je met de cijfers mag doen.