Wat is een absoluutschaal? Definitie en voorbeeld
De absoluutschaal is een subcategorie van de verhoudingsschaal. Op de absoluutschaal zijn gelijke afstanden en een natuurlijk nulpunt vereist.
De absoluutschaal is een subcategorie van de verhoudingsschaal. Op de absoluutschaal zijn gelijke afstanden en een natuurlijk nulpunt vereist.
De verhoudingsschaal (eng. "ratio scale") is het hoogste metrische schaalniveau, waarmee complexe uitspraken over verhoudingen tussen verschillende variabelen of maateenheden kunnen worden gedaan.
De intervalschaal (lat. "intervallum" = tussenruimte, afstand, verschil) is een metrische of numerieke schaal, waarin individuele eenheden een directe numerieke waarde hebben.
Als cardinale schaal of metrische schaal (engl. "metric scale") worden schaalniveaus genoemd, die in tegenstelling tot nominale of ordinale schalen over een gedefinieerd metrisch respectievelijk numeriek interval tussen twee variabelen (bijvoorbeeld 5°C tussen 15 en 20°C bij temperatuurmeting) beschikken.
Met de ordinale schaal (engl. "ordinal scale" = rangschaal) worden objecten respectievelijk kenmerken met betrekking tot de specifieke eigenschap in een logische rangorde (groter dan, kleiner dan) gebracht.
De nominaalschaal (Eng. "nominal scale" of "categorical scale") is de laagste schaalverdeling voor het meten van kwalitatieve kenmerken (geslacht, burgerlijke staat, haarkleur).
De Ratingschaal (eng. "rating" = beoordeling of inschatting) is geschikt voor mondelinge of schriftelijke uitspraken, zoals bij online onderzoeken, om persoonlijke inschattingen van respondenten in stappen vast te leggen.
Objectiviteit (= intersubjectieve vergelijkbaarheid) betekent dat de verkregen inzichten onafhankelijk van de subjectieve standpunten van onderzoekers controleerbaar en navolgbaar moeten zijn.
Validiteit (= geldigheid of juistheid van de meting) geeft aan in hoeverre een onderzoekswerk in zijn gehele opzet daadwerkelijk de resultaten oplevert die aan het gestelde onderzoeksdoel voldoen.