Stel je het evaluatieformulier voor aan het eind van een cursus: „Ik kon de uitleg goed volgen”, met daaronder vijf hokjes van „helemaal mee oneens” tot „helemaal mee eens”. Bijna iedereen heeft zo’n hokje weleens aangekruist zonder te weten hoe dat format heet.
Het heet Likertschaal. Een Likertschaal meet houdingen door meerdere stellingen over hetzelfde onderwerp dezelfde reeks gradaties te geven, meestal vijf of zeven stappen van duidelijk oneens tot duidelijk eens, en die antwoorden daarna samen te vatten tot één score per respondent. Aan het eind van dit artikel weet je hoeveel stappen je schaal nodig heeft, hoe je ze benoemt en wat je daarna met de cijfers mag uitrekenen.
📌 Het belangrijkste in het kort
- Rensis Likert presenteerde de methode in zijn proefschrift van 1932.
- Eén vraag is een Likert-item, nog geen Likertschaal.
- Het CBS meet tevredenheid met het leven op 1 tot en met 10.
- Elke stap krijgt een woord, niet alleen de twee uiteinden.
- Likert heeft nooit beweerd dat de stappen even groot zijn.
Gratis enquête maken
Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.
- Enquête met AI
- Aanpassen met drag & drop
- Analyse in realtime
Wat is een Likertschaal?
Een Likertschaal is een meettechniek uit het sociaal onderzoek waarbij respondenten het eens of oneens zijn met meerdere stellingen over hetzelfde onderwerp, telkens met dezelfde antwoordgradaties. De losse antwoorden worden daarna gecombineerd tot een totaal- of gemiddelde score die de houding van die persoon beschrijft.
De methode gaat terug op de Amerikaanse sociaal psycholoog Rensis Likert, die haar in 1932 uiteenzette in zijn proefschrift aan Columbia University, verschenen als nummer 140 van de Archives of Psychology onder de titel A Technique for the Measurement of Attitudes. Wat hem dreef was geen theorie maar zuinigheid: de gevestigde methoden van zijn tijd vroegen zware vooronderzoeken, en hij wilde weten of het eenvoudiger kon. Het kon. Zijn schaal over internationale betrekkingen haalde met 24 stellingen dezelfde betrouwbaarheid als een concurrerende methode met 44 (Likert 1932, p. 33). De helft van de vragen voor hetzelfde resultaat, en precies daarom zit dit format tegenwoordig in bijna elke vragenlijst.
In de psychologie heet zo’n instrument een psychometrische schaal. Het meet een kenmerk dat je niet rechtstreeks kunt waarnemen via antwoorden die je wél kunt waarnemen. Houding, tevredenheid en motivatie zijn onzichtbaar. Zichtbaar is alleen welk hokje iemand aankruist.
Likert-item en Likertschaal zijn niet hetzelfde
Dit onderscheid wordt bijna overal overgeslagen, ook in lesmateriaal. Eén vraag met vijf gradaties is een Likert-item. De Likertschaal ontstaat pas wanneer je meerdere van zulke items over hetzelfde kenmerk stelt en hun waarden tot één getal samenvoegt. Likert schrijft het in het origineel ondubbelzinnig: elke stelling is „a scale in itself”, en de losse scores worden daarna gecombineerd via een mediaan of een gemiddelde (Likert 1932, p. 24).
In een scriptie is dit het punt waarop de verdediging ongemakkelijk kan worden. Eén vraag een „Likertschaal” noemen en daar vervolgens een gemiddelde over berekenen zijn twee fouten in één zin. Zes stellingen over inhoud, tempo, begeleiding, materiaal, ruimte en organisatie stellen en daaruit een tevredenheidsscore bouwen is wél een schaal.
Eén aankruishokje is een item. Het wordt pas een schaal door meerdere items en een gezamenlijke analyse.
Onze leestip: het originele werk van Likert is vrij toegankelijk en met 55 pagina’s veel korter dan de reputatie van een klassieker doet vermoeden. Wie netjes wil citeren, moet het toch openen.
Likertschaal: voorbeelden van Nederlandse formuleringen
De echte vraag in de praktijk is niet wat een Likertschaal is, maar hoe de stappen moeten heten. In Nederland gebruiken onderzoekers voor houdingen meestal een reeks van vijf, terwijl de officiële statistiek voor tevredenheid een heel ander format kiest.
De gangbare Nederlandse instemmingsreeks luidt: helemaal mee oneens, mee oneens, niet eens en niet oneens, mee eens, helemaal mee eens. Die vijf stappen zijn symmetrisch, volledig benoemd en daarmee bruikbaar voor vrijwel elk onderwerp.
| Continuüm | Wat het meet | De stappen |
|---|---|---|
| Instemming | steun voor een stelling | helemaal mee oneens, mee oneens, niet eens niet oneens, mee eens, helemaal mee eens |
| Frequentie | hoe vaak iets voorkomt | nooit, zelden, soms, vaak, altijd |
| Tevredenheid | hoe tevreden iemand is | zeer ontevreden, ontevreden, neutraal, tevreden, zeer tevreden |
| Belang | hoeveel iets uitmaakt | helemaal niet, nauwelijks, enigszins, erg, zeer belangrijk |
Hoe het CBS tevredenheid meet
Het Centraal Bureau voor de Statistiek kiest voor tevredenheid geen woordenreeks maar een cijferschaal. In het onderzoek Sociale samenhang en Welzijn luidt de vraag: „Kunt u op een schaal van 1 tot en met 10 aangeven in welke mate u tevreden bent met het leven dat u nu leidt? Een 1 staat voor volledig ontevreden en 10 voor volledig tevreden.” Alleen de uiteinden zijn dus benoemd.
Bij de publicatie worden die tien stappen weer samengevoegd: een score van 7 of hoger geldt als „tevreden met het leven”, 5 of 6 als „niet tevreden, niet ontevreden” en 1 tot en met 4 als „ontevreden” (CBS, Welzijnsongelijkheid, hoofdstuk Methode). Daaruit volgt een nuchtere vraag voor je eigen enquête: als je tien stappen uitvraagt en er uiteindelijk drie rapporteert, waarom vraag je er dan tien uit?
De instemmingsschaal en haar addertje
De formulering „mee eens, mee oneens” is de eerste die de meeste mensen bedenken, en zij werkt. Zij levert ook aantoonbaar meer instemming op dan een schaal die rechtstreeks naar de zaak zelf vraagt. Dat verschijnsel heet instemmingstendens.
Overal waar je kunt vragen „Hoe belangrijk zijn korte wachttijden voor jou: zeer belangrijk tot helemaal niet belangrijk” in plaats van „Korte wachttijden zijn belangrijk voor mij: mee eens”, is de tweede vorm de betere keuze. Het CBS doet in feite hetzelfde door naar de mate van tevredenheid te vragen en niet naar instemming met een stelling.
Hoeveel stappen heeft een Likertschaal nodig?
Vijf tot zeven stappen is de werkregel in de methodologische literatuur. Schalen van die lengte meten betrouwbaar, onderscheiden fijn genoeg en zijn de schalen die respondenten zelf prettig vinden.
Achter die regel zit een afweging tussen twee fouten. Te weinig stappen persen verschillende meningen in hetzelfde hokje, en juist het verschil dat je wilde meten verdwijnt. Te veel stappen maken de losse stap betekenisloos: wie kan uitleggen wat stap 8 onderscheidt van stap 9 op een schaal van elf punten?
Vijf, zes of zeven stappen: wat er verandert
Een oneven aantal heeft een midden, een even aantal niet. Dat is het echte verschil, niet de fijnheid van de gradatie. Een Likertschaal met zes stappen is daarmee vooral een gedwongen keuze: wie twijfelt moet toch een kant kiezen.
Of dat goed of slecht is, hangt af van het doel. In een evaluatie die verbeteringen moet aanjagen helpt een gedwongen neiging vaak, want een kolom middenkruisjes helpt niemand. In een opinieonderzoek, waar echte twijfel zelf een uitkomst is, vertekent zij.
Heeft jouw schaal een neutraal midden nodig?
De middencategorie is de meest besproken losse keuze in schaalbouw, en beide kanten hebben serieuze argumenten. Ze passen in een paar regels.
Wat het midden oplevert
- Wie echt twijfelt, kan dat zeggen.
- Neutrale respondenten wijken niet uit naar een verkeerde buurstap.
- De schaal blijft aan beide kanten symmetrisch.
Wat je daarvoor accepteert
- Het midden wordt ook uit gemak aangekruist.
- Sommigen kiezen het in plaats van „weet niet”.
- Je analyse kan die twee niet uit elkaar houden.
Opvallend genoeg heeft Rensis Likert deze vraag nooit besproken. In zijn werk uit 1932 komt de categorie „undecided” uitsluitend voor als rekenvoorschrift, met de waarde 3 (Likert 1932, appendix). Het hele debat over het neutrale punt is pas na hem ontstaan.
Likertschaal maken, stap voor stap
Je bouwt geen Likertschaal door één vraag te schrijven en er vijf hokjes naast te zetten. Je bouwt haar door een kenmerk uiteen te leggen in meerdere stellingen die hetzelfde bedoelen maar er anders op inhaken.
De zes stappen hieronder werken voor een cursusevaluatie net zo goed als voor het empirische deel van een scriptie. Reken voor de eerste stap meer tijd dan voor alle andere samen.
- Kenmerk vastleggen. Schrijf in één zin op wat je wilt meten. „Tevredenheid met de cursus” is een kenmerk, „mening over de cursus” niet.
- Stellingen formuleren. Vijf tot tien korte zinnen, elk met precies één gedachte. Twee onderwerpen in één zin maken het antwoord onbruikbaar.
- Een deel omkeren. Formuleer sommige stellingen negatief, zodat opvalt wie stug dezelfde kolom aankruist. Likert beveelt die truc al aan in de appendix van zijn werk uit 1932.
- Schaal kiezen en aanhouden. Kies één keer voor vijf of zeven stappen en gebruik dezelfde in de hele vragenlijst.
- Elke stap benoemen. Elke stap krijgt een woord, niet alleen de twee uiteinden. Cijfers alleen zijn niet genoeg.
- Proefronde doen. Laat vijf mensen die je onderwerp niet kennen de lijst invullen en vraag daarna hoe zij de middelste stap lazen.
Technisch is een Likertschaal een matrixvraag: meerdere stellingen onder elkaar, dezelfde antwoordschaal ernaast. In empirio.ai, een online enquêtetool uit Duitsland, maak je haar als matrixvraag en definieer je de schaal één keer voor alle stellingen. Hoe je de rest van de vragenlijst eromheen bouwt, staat in het artikel over een vragenlijst maken.

Precies die opzet bedoelt de term matrixvraag: de schaal staat één keer als kolomkop en elke rij daaronder is een aparte stelling over hetzelfde kenmerk. De vier rijen in het voorbeeld vormen samen één tevredenheidsscore, terwijl een losse rij niet meer is dan een Likert-item.
Gratis enquête maken
Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.
- Enquête met AI
- Aanpassen met drag & drop
- Analyse in realtime
Is een Likertschaal ordinaal of interval?
Een los Likert-item is ordinaal. Je weet dat „mee eens” meer instemming betekent dan „niet eens en niet oneens”, maar je weet niet of de afstand tussen die twee stappen even groot is als die tussen „niet eens niet oneens” en „mee oneens”.
De gecombineerde score uit meerdere items wordt in onderzoekspraktijk daarentegen meestal behandeld alsof het een metrische grootheid is. Dat is een onderbouwde afspraak, geen wiskundige waarheid: hoe meer items in de score meegaan, hoe fijner de resulterende schaal wordt en hoe minder de ongelijkheid van de losse stappen weegt.
Wil je de termen nazoeken: de ordinale schaal kent alleen een rangorde, de intervalschaal daarbovenop gelijke afstanden. Welke berekeningen bij welk niveau horen, staat in het overzicht van de meetniveaus.
Wat Rensis Likert er zelf over schreef
Hier loont het origineel de moeite, want daar staat iets anders dan vaak wordt beweerd. Likert claimde gelijke eenheden uitsluitend voor zijn bewerkelijke sigmamethode, nooit voor het simpelweg toekennen van de cijfers 1 tot en met 5.
Zijn tabel II zet beide naast elkaar. Bij de vijf stappen van een van zijn stellingen horen de sigmawaarden −1,63, −0,43, +0,43, +0,99 en +1,76 (Likert 1932, p. 23). De afstanden zijn dus 1,20, dan 0,86, dan 0,56, dan 0,77. Wie in plaats daarvan 1, 2, 3, 4, 5 toekent, beweert vier keer dezelfde afstand. Likert wist dat en verdedigde de kortere weg puur praktisch: beide methoden correleerden met +0,99, dus was de simpele berekening houdbaar „for all ordinary purposes” (Likert 1932, p. 43).
Daaruit volgen twee dingen. Ten eerste heeft de vraag „ordinaal of metrisch” geen enkel juist antwoord, alleen een beslissing. Ten tweede vraagt die beslissing niet om een ruzie maar om een regel die je aanhoudt en in je methodehoofdstuk verantwoordt.
Is een normale verdeling nodig?
Nee, je verzamelde gegevens hoeven niet normaal verdeeld te zijn om een Likertschaal te mogen gebruiken. De verwarring komt doordat Likert voor zijn sigmaberekening aannam dat houdingen in de bevolking ongeveer normaal verdeeld zijn.
Hij voegde er meteen aan toe dat hij zich volledig bewust was van de gevaren van die aanname, dat het slechts een experimentele tussenstap was en dat vervolgonderzoek haar overbodig moest maken of bevestigen (Likert 1932, p. 22). Voor een eenvoudige analyse met de cijfers 1 tot en met 5 speelt de aanname geen enkele rol. Normaliteit wordt pas weer relevant zodra je bepaalde statistische toetsen op je schaalscores loslaat.
Likertschaal analyseren: mediaan, gemiddelde of frequenties?
De analyse hangt ervan af of je een los item of een schaal uit meerdere items voor je hebt. Dat ene onderscheid scheelt je de meeste discussies met je begeleider.
Bij een los item is de frequentieverdeling de eerlijkste weergave, dus het aandeel respondenten per stap. De mediaan (= de waarde in het midden van alle geordende antwoorden) en de modus (= de meest gekozen stap) horen daarbij. Een gemiddelde over één ordinaal item is aanvechtbaar, omdat het gelijke afstanden veronderstelt die je niet kunt aantonen.
Bij een schaal uit meerdere items vorm je eerst de som- of gemiddelde score per persoon en reken je daarna met dat getal verder. Precies zo stelde Likert het voor (Likert 1932, p. 26). Vooraf controleer je of de items wel hetzelfde meten, meestal via Cronbachs alfa. Welke methoden daarna in aanmerking komen, staat in het overzicht van analysemethoden.
Stappen samenvoegen: de top-two box
Marktonderzoek voegt de twee instemmende stappen gewoonlijk samen tot één kengetal, de zogenoemde top-two box. „Mee eens” en „helemaal mee eens” worden dan één percentage dat makkelijk te presenteren is. Het CBS doet iets vergelijkbaars door scores van 7 of hoger als „tevreden” te tellen.
Dat is toegestaan en vaak zinvol, maar het kost informatie. Zodra je samenvoegt, zie je niet meer of de instemming uit overtuigde of uit voorzichtige antwoorden bestaat. Rapporteer daarom beide: het samengevoegde kengetal en de volledige verdeling.
💡 Tip
Leg altijd vast hoeveel mensen een stelling hebben overgeslagen. Een gemiddelde uit 40 antwoorden en een uit 120 zien er in een tabel hetzelfde uit en zijn dat niet.
Veelgemaakte fouten met Likertschalen
De vijf fouten hieronder kom je in een verenigingsenquête net zo goed tegen als in een masterscriptie. Ze komen allemaal pas bij de analyse aan het licht, wanneer de antwoorden er al zijn en er niets meer te veranderen valt.
Ze hebben één ding gemeen: een half uur vóór verzending is genoeg om ze te verhelpen. Daarna niet meer.
Instemming vragen waar een directe vraag kan
Schalen van het type „mee eens, mee oneens” leveren stelselmatig meer instemming op dan schalen die rechtstreeks naar de zaak vragen. Vraag in plaats van „Ik ben tevreden over de cursus: mee eens” liever „Hoe tevreden ben je over de cursus: zeer tevreden tot zeer ontevreden”.
Alleen de twee uiteinden benoemen
Een schaal met „zeer ontevreden” links, „zeer tevreden” rechts en verder alleen cijfers is snel gebouwd en slechter. Volledig benoemde schalen halen een hogere betrouwbaarheid en validiteit, en respondenten geven er de voorkeur aan. Wil je toch cijfers, kijk dan hoe het CBS het doet: de uiteinden krijgen woorden en de publicatie legt uit welke waarden waarvoor staan.
Nummeren met negatieve waarden
Een nummering van −2 tot +2 oogt symmetrisch maar gedraagt zich niet zo. Respondenten mijden de negatieve kant en antwoorden in totaal positiever dan bij een nummering van 1 tot en met 5. Houd de cijfers positief en laat de woorden de richting dragen.
Halverwege van schaal wisselen
Als de eerste helft van je stellingen vijf stappen heeft en de tweede zeven, kun je ze niet samen analyseren. Je kunt de volgorde evenmin één keer van oneens naar eens en één keer andersom zetten zonder de waarden voor de analyse om te polen.
Twee stellingen in één zin
„De cursus was goed gestructureerd en makkelijk te volgen” meet twee dingen. Wie de structuur goed vond maar de uitleg niet, kan niet antwoorden en kruist het midden aan. Likert beschreef zulke dubbele stellingen al in 1932 als reden voor uitsluiting. Hoe je vragen netjes scheidt, staat in het artikel over vraagtypen in enquêtes.
Conclusie
De Likertschaal is zo wijdverbreid omdat zij met weinig moeite betrouwbaar meet, en zij wordt zo vaak verkeerd gebruikt omdat zij eenvoudig oogt. Twee dingen houden je uit de meeste valkuilen: een schaal heeft meerdere stellingen nodig, en elke stap heeft een woord nodig. Al het andere, van het aantal stappen tot de middencategorie, is een afweging die je in je methodologie kunt verantwoorden. Eén bewering moet je van niemand aannemen, ook niet van een leerboek: dat de stappen even groot zijn. Rensis Likert heeft dat nooit gezegd.
Hoe je verdergaat
- Wil je de soorten schalen ordenen? Ratingschaal: unipolair, bipolair en hoeveel stappen
- Zoek je het juiste meetniveau? Meetniveau bepalen en goed rekenen
- Bouw je de hele vragenlijst? Vragenlijst maken: opbouw en volgorde
- Wil je weten of je resultaten standhouden? Objectiviteit, betrouwbaarheid en validiteit
Schaal klaar, enquête nog niet?
Met empirio.ai, een online enquêtetool uit Duitsland, zet je je Likert-stellingen op als matrixvraag en deel je de enquête via een link of QR-code.
