Je onderzoeksvraag staat en je begeleider heeft ingestemd met een empirisch deel. Dan komt de stap die in vrijwel geen enkel methodencollege echt wordt doorlopen: hoe maak je van die vraag een vragenlijst waarvan de antwoorden straks ook te analyseren zijn?
Een enquête voor je scriptie zet je in zes stappen op: je leidt uit je onderzoeksvraag af wat je wilt meten, kiest tussen een gestandaardiseerde en een open vorm, schrijft vragenlijst en introductietekst, test die bij een paar mensen, verzamelt antwoorden binnen een vastgelegde looptijd en analyseert ze daarna. Aan het eind heb je een databestand en de vijf gegevens die in je methodehoofdstuk horen.
📌 In het kort
- De onderzoeksvraag bepaalt de methode, niet je planning.
- 385 antwoorden volstaan bij een foutmarge van 5 procentpunt.
- Toestemming onder de AVG hoeft niet ondertekend te worden.
- De introductietekst noemt doel, duur en gebruik van de antwoorden.
- Looptijd, steekproef en bruikbare antwoorden horen in je methodehoofdstuk.
Gratis enquête maken
Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.
- Enquête met AI
- Aanpassen met drag & drop
- Analyse in realtime
Wanneer een enquête bij je scriptie past
Een enquête past bij je scriptie als je onderzoeksvraag gaat over meningen, inschattingen of gedrag dat mensen zelf rapporteren, en als die gegevens niet al in bestaande statistieken, dossiers of documenten staan. Richt je scriptie zich op cijfers die het CBS toch al verzamelt, dan levert eigen veldwerk vooral werk op en weinig anders.
De tweede keuze gaat over de vorm en ook daarover beslist je onderzoeksvraag. Wil je weten hoe vaak iets voorkomt of dat twee kenmerken samenhangen, dan heb je veel vergelijkbare antwoorden nodig en dus een gestandaardiseerde vragenlijst. Wil je begrijpen waarom mensen iets doen, dan heb je een paar uitgebreide gesprekken nodig. Allebei kan en kost dubbel zoveel tijd.
De tabel zet de drie gevallen op een rij die in scripties het vaakst voorkomen.
| Je onderzoeksvraag gaat over | Passende opzet | Wat je daarvoor nodig hebt |
|---|---|---|
| Hoe vaak iets voorkomt en samenhangen | gestandaardiseerde online enquête | gesloten vragen en een streefaantal |
| Redenen, betekenissen, ervaringen | interview met topiclijst | een paar gesprekken en een analysemethode |
| Cijfers die al verzameld zijn | secundaire analyse | toegang tot het databestand, geen eigen veldwerk |
Waarin de twee benaderingen verder verschillen, laat de vergelijking tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek zien. En de vraag die daarvóór komt, is of je scriptie wel een empirisch deel krijgt: het artikel over empirisch onderzoek in je afstudeerwerk loopt dat punt voor punt na.
Zes stappen en een planning die je terugrekent vanaf de deadline
Een enquête voor je scriptie doorloopt zes stappen en die volgorde ligt vast. Elke stap bepaalt wat in de volgende nog mogelijk is. Wie de vragenlijst schrijft voordat de onderzoeksvraag scherp is, merkt dat uiterlijk bij de analyse.
- Scherp je onderzoeksvraag aan. Daaruit leid je de kenmerken af die je wilt meten.
- Vertaal die kenmerken naar vragen. Elk kenmerk krijgt een vraag en een antwoordvorm, zoals de handleiding voor het maken van een vragenlijst laat zien.
- Schrijf vragenlijst en introductietekst. Die twee horen bij elkaar, want de introductie bepaalt wie doorklikt.
- Doe een proefronde. Vijf mensen uit je doelgroep vullen de lijst in en vertellen waar ze bleven haken.
- Leg de looptijd vast en verzamel antwoorden. Begin- en einddatum staan van tevoren vast en schrijf je op.
- Analyseer en beschrijf. Eerst de cijfers, daarna de tekst in je methode- en resultatenhoofdstuk.
De planning reken je terug, want de looptijd hangt van andere mensen af en laat zich niet inkorten. Begin bij de inleverdatum, trek de weken voor analyse en schrijven eraf en wat overblijft is je veldwerkperiode. Voor een kleine onderzoeksopdracht zijn drie tot vier weken realistisch, voor een scriptie met een grotere steekproef eerder zes.
In die planning hoort ook de ethische toets. Aan de Radboud Universiteit geldt voor de geesteswetenschappen dat onderzoek binnen bachelor- of (research)masteronderwijs door de begeleidende docent ter toetsing wordt aangeboden, en schriftelijke vragenlijsten vallen daar gewoon onder. Of dat ook voor jou geldt, staat in de Onderwijs- en Examenregeling van je eigen opleiding.
💡 Tip
Bij de meeste toetsingscommissies dien je niet zelf in, maar doet je begeleider dat. Reken dus met diens agenda en niet alleen met je eigen deadline. Vraag bij het eerste overleg al wanneer de commissie vergadert.
Hoeveel deelnemers heb je nodig voor je enquête?
Hoeveel deelnemers je nodig hebt, hangt af van de populatie en van de nauwkeurigheid die je wilt halen. Bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent en een foutmarge van plus of min 5 procentpunt volstaan 385 bruikbare antwoorden, zodra de populatie een miljoen mensen of meer telt. Bij 10.000 mensen zijn het er 370, bij 1.000 mensen 278.
| Populatie | Bruikbare antwoorden die je nodig hebt | Wat daaruit volgt |
|---|---|---|
| 1.000 mensen | 278 | haalbaar als je de hele groep kunt bereiken |
| 10.000 mensen | 370 | meestal alleen realistisch via een instelling |
| 1 miljoen en meer | 385 | daarboven loopt het aantal nauwelijks nog op |
De waarden in de tabel gelden voor een aselecte steekproef. Die heeft in een scriptie bijna niemand, omdat de deelnemers zelf bepalen of ze meedoen. Een grote steekproef maakt je analyse dan preciezer, maar niet representatief. Dat verschil is een eigen artikel waard: wanneer een enquête representatief is rekent het voor en het artikel over de steekproef legt de trekkingsmethodes uit.
In kwalitatief onderzoek telt het aantal anders. Daar beslist de verzadiging: je voert net zolang gesprekken tot nieuwe interviews niets nieuws meer opleveren. Hoeveel dat er zijn, valt vooraf niet vast te leggen en die afweging hoort met uitleg in je methodehoofdstuk.
Reken bij het plannen op afhakers en op half ingevulde lijsten. Wie 278 bruikbare antwoorden nodig heeft, stuurt de link niet naar 278 mensen, maar naar flink wat meer.
Introductietekst en toestemming voor je enquête
De introductietekst van je enquête noemt vijf dingen: wie je bent, waar het onderzoek over gaat, hoe lang invullen duurt, wat er met de antwoorden gebeurt en dat meedoen vrijwillig is. Die tekst staat op de eerste pagina van de vragenlijst en daar beslissen de meeste mensen of ze doorklikken.
Je leest vaak dat alle deelnemers een toestemmingsformulier moeten ondertekenen. Dat klopt niet. Overweging 32 van de Algemene verordening gegevensbescherming noemt als vorm “een schriftelijke verklaring, ook met elektronische middelen, of een mondelinge verklaring” en noemt het aanklikken van een vakje uitdrukkelijk als voorbeeld. Artikel 7, lid 1 AVG vraagt dat je kunt aantonen dat er toestemming is gegeven, niet dat je een handtekening hebt. De Autoriteit Persoonsgegevens is even duidelijk over de andere kant: “Het gebruik van vooraf aangevinkte vakjes is dus niet toegestaan.”
Het tweede misverstand gaat over anonimiteit. Verzamelt je enquête echt geen persoonsgegevens, dan heb je voor die gegevens helemaal geen toestemming nodig. Overweging 26 van de AVG stelt dat de beginselen van gegevensbescherming niet gelden voor anonieme gegevens. Het gaat erom dat ook de combinatie van leeftijd, opleiding en studiejaar niemand herkenbaar maakt. Wat daar allemaal bij hoort, staat in het artikel over de anonieme enquête en in dat over privacy bij enquêtes.
Introductietekst voor je enquête: een voorbeeld om over te nemen
De voorbeeldtekst hieronder dekt de vijf punten in de volgorde waarin ze gelezen worden. Vervang de vierkante haken door je eigen gegevens en schrap wat op jouw onderzoek niet slaat. Het korte bericht waarmee je de link later in groepen en op fora deelt, schrijf je apart, want deze tekst staat in de vragenlijst zelf.
Fijn dat je de tijd neemt. Voor mijn scriptie aan de [hogeschool of universiteit] onderzoek ik hoe studenten leerplatformen gebruiken bij het voorbereiden van tentamens. De vragenlijst bestaat uit 14 vragen en kost ongeveer vier minuten. Je antwoorden worden anoniem verzameld, er worden geen namen, e-mailadressen of IP-adressen opgeslagen en de analyse gaat alleen over alle antwoorden samen. Meedoen is vrijwillig en je kunt op elk moment stoppen. Heb je vragen, mail me dan op [e-mailadres]. De vragenlijst staat open tot [datum].
De duur in de tekst wordt het vaakst geschat en het minst gemeten. Vul de lijst één keer zelf in met een stopwatch en noem het getal dat eruit komt. Een te lage schatting kost je later half ingevulde lijsten.
⚠️ Let op
Zodra je persoonsgegevens verzamelt, verandert de tekst. Dan horen de grondslag, de bewaartermijn en de manier om toestemming in te trekken er ook in. Bij scriptieonderzoek is anoniem verzamelen de regel en persoonsgebonden verzamelen de uitzondering. Wat voor jou geldt, bepaalt je opleiding, bij twijfel de functionaris gegevensbescherming van je instelling. Dit artikel vervangt geen juridisch advies.
Gratis enquête maken
Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.
- Enquête met AI
- Aanpassen met drag & drop
- Analyse in realtime
Welke enquêtetool geschikt is voor je scriptie
Een enquêtetool is geschikt voor je scriptie als je de ruwe data in een bruikbaar formaat kunt downloaden, als de antwoordlimiet boven je streefsteekproef ligt en als de aanbieder de gegevens in de EU verwerkt. Al het andere is comfort, deze drie punten bepalen of je veldwerk bruikbaar is.
De export is de plek waar het het vaakst misgaat. Wie de antwoorden alleen als grafiek op een webpagina ziet, kan geen gemiddelde berekenen, geen kruistabel maken en in de bijlage niets opnemen. Controleer daarom vóór de start of je een CSV- of Excelbestand krijgt en download het één keer bij wijze van proef, als er pas drie testantwoorden in staan.
| Criterium | Waar je op let | Waarom het meetelt in je scriptie |
|---|---|---|
| Export van ruwe data | CSV, Excel of SPSS | zonder ruwe data geen analyse en geen bijlage |
| Antwoordlimiet | grens per maand en per enquête | een limiet midden in de looptijd kost respondenten |
| Verwerkingslocatie | verwerking binnen de EU | opleidingen vragen ernaar voordat ze groen licht geven |
| Verwerkersovereenkomst | wel of niet inbegrepen | zonder overeenkomst vaak geen goedkeuring |
Of jouw onderzoek een verwerkersovereenkomst met de aanbieder nodig heeft, bepaalt je instelling. De regel luidt: zodra een hogeschool of universiteit achter het onderzoek staat en er persoonsgegevens worden verwerkt, is zo’n overeenkomst nodig. De uitzondering zijn volledig anonieme enquêtes zonder persoonsgegevens. Wie daarover beslist, is je begeleider, aan veel instellingen de functionaris gegevensbescherming.
Bij empirio.ai, een online enquêtetool uit Duitsland, horen hosting in de EU en de verwerkersovereenkomst bij het gratis pakket, net als een onbeperkt aantal enquêtes en vragen en 50 deelnemers per maand. Het downloaden van de ruwe data begint pas bij het Lite-pakket vanaf 19 euro per maand (stand: september 2026). Waarin de bekende tools verder verschillen, staat in de vergelijking van enquêtetools.
Je enquête analyseren en in je methodehoofdstuk beschrijven
In je methodehoofdstuk horen vijf gegevens over de enquête: het meetinstrument, de vorm van afname, de looptijd met begin- en einddatum, de omvang van de steekproef en de trekkingsmethode. Daar komen de afhakers en de onvolledige lijsten bij, want ook die zijn een resultaat en geen schoonheidsfout.
Die vijf gegevens schrijf je het best op terwijl de enquête loopt. Wie ze achteraf reconstrueert, vindt de startdatum niet meer terug en schat het aantal afhakers. Eén regel aantekening per dag is genoeg.
Checklist voor je methodehoofdstuk
De lijst hieronder dekt wat een examinator op dit punt verwacht. Ontbreekt er een punt, dan ontbreekt niet alleen een regel, maar de navolgbaarheid van je onderzoek. En precies daarop wordt empirisch werk beoordeeld.
- De vragenlijst staat volledig in de bijlage.
- De vorm van afname is genoemd: online, op papier of in gesprek.
- De looptijd staat met begin- en einddatum in de tekst.
- Uitgenodigde en bruikbare gevallen staan apart vermeld.
- De trekkingsmethode is genoemd, met haar grenzen.
- Afhakers zijn geteld en de omgang ermee is onderbouwd.
De analyse verloopt daarna in twee stappen. Eerst beschrijf je de data met frequenties, gemiddelden en spreidingsmaten, daarna toets je samenhangen en verschillen. Welke technieken in aanmerking komen, hangt af van het meetniveau van je vragen en staat in het artikel over analysemethoden. Het verschil tussen die twee stappen legt het artikel over beschrijvende en inferentiële statistiek uit.
Veelgemaakte fouten bij een enquête voor je scriptie
De meeste problemen met een scriptie-enquête ontstaan niet bij het formuleren van de vragen, maar bij beslissingen ervoor en erna. Vier daarvan komen zo vaak voor dat ze een eigen hoofdstuk verdienen.
Wat deze vier gemeen hebben, is dat ze achteraf nauwelijks nog te repareren zijn. Wie ze van tevoren kent, struikelt er later niet over bij de beoordeling en, afhankelijk van je opleiding, bij de verdediging van je scriptie.
Het veldwerk start voor de onderzoeksvraag
Een vragenlijst die zonder scherpe onderzoeksvraag ontstaat, vraagt van alles en zelden het juiste. De kenmerken komen dan niet uit de vraag voort maar uit gevoel, en bij de analyse ontbreekt precies de variabele die de samenhang zou laten zien. Formuleer daarom eerst je vraag en je hypotheses, pas daarna de vragen in de lijst.
De vragenlijst belooft anonimiteit en vraagt om een e-mailadres
Een enquête is niet anoniem zodra in dezelfde lijst een e-mailadres voor een verloting wordt gevraagd. Elk antwoord hangt dan aan een adres, wat er ook in de introductietekst staat. Scheiden lost het op: op de bedankpagina zet je een tweede link naar een apart formulier waarin alleen het adres terechtkomt. De twee bestanden hebben daarna geen verband meer met elkaar.
Antwoorden die niet uitkomen verdwijnen uit het bestand
Antwoorden achteraf verwijderen omdat ze je hypothese tegenspreken, is een schending van de wetenschappelijke integriteit. De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit (2018) rekent onder vervalsen ook het zonder rechtvaardiging achterhouden of verwijderen van gegevens of onderzoeksresultaten. Iets anders mag wel: gevallen uitsluiten die duidelijk niet serieus zijn ingevuld, bijvoorbeeld omdat iemand een hele matrix identiek heeft aangeklikt of de lijst in 40 seconden doorklikte. Het verschil zit in het criterium. Dat leg je vast voordat je naar de resultaten kijkt, het geldt voor alle gevallen gelijk en het staat met onderbouwing in je methodehoofdstuk.
De looptijd wordt niet vastgelegd
Zonder begin- en einddatum is het veldwerk niet te plaatsen, en daar wordt naar gevraagd. Een enquête over tentamenvoorbereiding die in de zomervakantie liep, levert andere antwoorden op dan dezelfde enquête in de tentamenweek. Noteer die twee data dus op de dag zelf en schrijf erbij in welke fase van het studiejaar je veldwerk viel.
Conclusie
Een enquête voor je scriptie staat of valt met twee beslissingen die allebei vóór de eerste vraag vallen: of je onderzoeksvraag echt om veldwerk vraagt en hoeveel bruikbare antwoorden je nodig hebt. De rest is ambacht en laat zich plannen. De planning reken je terug vanaf de inleverdatum en de gegevens over je veldwerk schrijf je op terwijl het loopt.
Doorslaggevend zijn uiteindelijk de regels van je eigen opleiding, niet algemene adviezen. Opleidingen verschillen op drie punten: of je begeleider de vragenlijst moet goedkeuren, of er een ethische toets nodig is en hoe het databestand in de bijlage gedocumenteerd moet worden. Zoek dat uit voordat je veldwerk begint.
Hoe je verdergaat
- Zoek je de passende vraagvormen? Open en gesloten vragen vergeleken
- Kom je nog deelnemers tekort? Deelnemers vinden voor je enquête
- Wil je weten wat een enquête kost? Wat een enquête kost
Vragenlijst klaar, looptijd vastgelegd?
Onbeperkt vragen, hosting in de EU en de verwerkersovereenkomst horen bij empirio.ai bij het gratis pakket.
