Hoeveel mensen moet je bevragen?
Vul je populatie in, het gewenste betrouwbaarheidsniveau en de foutmarge die je accepteert — de calculator geeft de benodigde steekproefgrootte.
Hoeveel mensen moet je bevragen?
Aandeel van de populatie
Steekproefgrootte berekenen
Hoe groter de steekproef, hoe kleiner de foutmarge.
Laat leeg als de groep zeer groot of onbekend is.
Benodigde steekproef
370antwoorden
n₀ = z² · p · (1 − p) / e², daarna gecorrigeerd voor de omvang van de populatie.
Verzamel genoeg antwoorden om achter het resultaat te staan
Met empirio.ai deel je je enquête via link, QR-code of e-mailuitnodiging, en zie je op elk moment hoever je nog van je doel af zit.
- Verspreiding via link, QR-code of e-mail
- Antwoorden in realtime in beeld
- Herinneringen alleen aan wie nog niet heeft gereageerd
Wanneer is een steekproef representatief?
Representatief betekent dat de bevraagde mensen de populatie weerspiegelen op de kenmerken die er voor jouw vraag toe doen. De omvang bepaalt de precisie; de manier van selecteren bepaalt de vertekening. Een grote maar scheef getrokken steekproef geeft precies verkeerde antwoorden — beide moeten kloppen.
Hoe bereken je de steekproefgrootte?
De formule is n₀ = z² · p · (1 − p) / e². Hierin is z de waarde uit de normale verdeling voor je betrouwbaarheidsniveau (1,96 bij 95 %), p het verwachte aandeel en e de foutmarge die je accepteert. Is de populatie bekend en eindig, dan wordt het resultaat naar beneden gecorrigeerd met n₀ / (1 + (n₀ − 1) / N). Zonder eigen schatting zet je p op 50 %: daar is de spreiding het grootst, waardoor de berekening aan de veilige kant blijft.
Gebruikelijke steekproefgroottes
Bij 95 % betrouwbaarheid en een foutmarge van ±5 % heb je ongeveer 385 antwoorden nodig — en dat verandert nauwelijks of de populatie nu 100.000 mensen telt of tien miljoen. Dat verrast velen, maar volgt direct uit de formule: boven een bepaalde omvang doet de populatie er nauwelijks nog toe. Omgekeerd geldt het ook: in een kleine groep daalt het aantal flink, en 500 mensen vragen slechts zo'n 218 antwoorden voor dezelfde precisie.
Richtwaarden bij 95 % betrouwbaarheid en ±5 % foutmarge
| Populatie | Benodigde antwoorden |
|---|---|
| 100 | 80 |
| 500 | 218 |
| 1.000 | 278 |
| 10.000 | 370 |
| 1.000.000 | 385 |
Veelgestelde vragen
Waarom vraagt een miljoen mensen niet meer antwoorden dan 100.000?
Omdat de precisie van een schatting afhangt van de omvang van de steekproef, niet van die van de populatie. Boven ongeveer 20.000 mensen beweegt het benodigde aantal nauwelijks nog.
Wat betekent het betrouwbaarheidsniveau?
Het geeft aan hoe vaak het berekende interval de werkelijke waarde bevat als je het onderzoek heel vaak zou herhalen. Bij 95 % is dat 19 van de 20 keer. Een hoger niveau vraagt een grotere steekproef.
Welk verwacht aandeel moet ik invullen?
50 % als je geen voorkennis hebt. De spreiding is daar maximaal, dus de berekening is behoudend. Wist je uit eerder onderzoek dat het aandeel rond 20 % ligt, vul dat dan in en je hebt minder antwoorden nodig.
Tellen afgebroken deelnames mee?
Nee. Het aantal slaat op volledige, bruikbare antwoorden. Reken op een marge en houd rekening met het responspercentage dat je verwacht.