Het onderwerp staat vast, de opzet ook, en de eerste pagina's zijn geschreven. Dan komt hoofdstuk drie, de tekst gaat ineens klinken als een gebruiksaanwijzing, en je kunt niet zeggen waarom. In de kantlijn schrijft je begeleider „formuleer dit wetenschappelijker”, en daarmee is precies niets opgehelderd.
Wetenschappelijk schrijven betekent zo formuleren dat elke bewering haar herkomst meeneemt en niemand hoeft te raden wie iets beweert. Concreet: de tegenwoordige tijd als basis, terughoudend gebruik van ik en wij, de bedrijvende vorm in de derde persoon, vakbegrippen herhaald in plaats van gevarieerd, en geen woorden die alleen regels vullen. Elke regel hieronder komt uit een Nederlands universitair portaal.
📌 In het kort
- De tegenwoordige tijd hoort bij inleiding en discussie.
- Methode, materialen en resultaten staan in de verleden tijd.
- De Rijksuniversiteit Groningen adviseert bedrijvend en derde persoon.
- Naamwoordstijl brengt lege werkwoorden mee en schaadt de leesbaarheid.
- Vage woorden als zaken, dingen en factoren moeten concreet worden.
Gratis enquête maken
Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.
- Enquête met AI
- Aanpassen met drag & drop
- Analyse in realtime
Wetenschappelijk schrijven: wat goede stijl is
Wetenschappelijk schrijven is de manier van formuleren waarbij elke bewering haar herkomst meeneemt en de losse zin ook zonder navraag ondubbelzinnig blijft. Het is geen toon die je opzet, maar de som van vier keuzes: de tijd, de zinsbouw, de woordkeuze en de vraag hoe zichtbaar jij als schrijver in de tekst bent.
Het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen beschrijft die keuzes in zijn portaal Academische conventies. Het portaal behandelt persoonsvorm, werkwoordstijd, naamwoordstijl en woordkeuze niet als losse grammaticapunten maar als één samenhangende reeks conventies, en dat is precies hoe een lezer ze ook ervaart.
Juist hier zit het misverstand dat veel scripties moeilijk leesbaar maakt. Wie wetenschappelijk wil klinken, bouwt langere zinnen en zoekt grotere woorden. Wie wetenschappelijk schrijft, doet het omgekeerde en haalt elke zin zover uit elkaar tot alleen overblijft wat iemand kan controleren. Dat kost meer moeite dan de gedraaide zin, en het is precies wat beoordeeld wordt.
Stijl is daarmee de laatste laag over alles wat eronder ligt. Onderwerp, onderzoeksvraag en de opbouw van je scriptie bepalen of de inhoud houdt. De stijl bepaalt of iemand dat merkt. Hoe die twee samenhangen staat in het overzicht van de grondslagen van empirisch onderzoek.
Welke tijd hoort in welk hoofdstuk?
Een scriptie staat grotendeels in de tegenwoordige tijd, met één duidelijke uitzondering. Het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen verdeelt de tijden langs de onderdelen van een onderzoeksverslag: inleiding en discussie in de tegenwoordige tijd, de beschrijvende onderdelen methode, materialen en resultaten in de verleden tijd.
| Onderdeel van de scriptie | Werkwoordstijd | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| Inleiding en stand van het onderzoek | Tegenwoordige tijd | Online enquêtes bereiken moeilijk bereikbare groepen. |
| Verwijzing naar ander onderzoek | Tegenwoordige tijd | Auteur (jaar) stelt een engere definitie voor. |
| Beschrijving van je onderzoeksveld | Tegenwoordige tijd | De vereniging telt 320 leden. |
| Methode en materialen | Verleden tijd | Aan de enquête namen 212 personen deel. |
| Resultaten | Verleden tijd | De enquête leverde drie terugkerende patronen op. |
| Discussie en conclusie | Tegenwoordige tijd | De resultaten wijzen op een duidelijk verband. |
De logica achter de tabel is eenvoudiger dan hij oogt. Wat op het moment van lezen nog geldt, staat in de tegenwoordige tijd: de stand van het onderzoek, een theorie, je onderzoeksveld. Wat één keer gebeurd en afgerond is, staat in de verleden tijd: je dataverzameling, je analyse, je pretest. Bijna elk twijfelgeval valt met die ene vraag te beslissen.
Wat uiteindelijk voorgaat, is het voorschrift van je opleiding. Bètaopleidingen scheiden de tijden per onderdeel strenger dan de geesteswetenschappen, en de scriptiehandleiding van je faculteit gaat boven elke algemene aanbeveling, ook boven deze.
Mag je „ik” schrijven in een scriptie?
In Nederlandse academische teksten is het gebruikelijk de eerste persoon te vermijden, en het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen noemt daar ook de reden bij: een persoonlijke tekst kan de indruk wekken dat de auteur subjectief is. Tot zover verschilt het advies weinig van dat in andere talen. Het vervolg wel.
Waar veel handleidingen na dat advies zwijgen, wijst het Groningse portaal namelijk expliciet de voor de hand liggende uitweg af. Lijdende zinnen zonder handelende persoon verhullen wie iets doet, en omdat ze grammaticaal ingewikkelder zijn, schaden veel lijdende zinnen achter elkaar de leesbaarheid. Het advies luidt daarom: schrijf bij voorkeur in de bedrijvende vorm en in de derde persoon.
Personificatie als de aanbevolen uitweg
Het portaal geeft ook aan hoe die derde persoon er dan uitziet. Het onderzoeksobject zelf wordt de handelende partij, in zinnen als „De vragenlijst voldoet aan …” en „De uitkomsten van het onderzoek tonen aan dat …”. Je vermijdt zo de ik-vorm en de lijdende vorm tegelijk, en de zin blijft zeggen wie of wat iets doet.
Vier constructies die zonder ik en zonder lijdende vorm werken
Dezelfde beweging werkt in vrijwel elk hoofdstuk van een scriptie. Je laat achtereenvolgens de tekst, het object, het resultaat of de bron handelen, en houdt daarmee de bedrijvende vorm vast zonder jezelf te noemen.
- De tekst handelt: „Hoofdstuk twee vergelijkt beide methoden.”
- Het object handelt: „De steekproef omvat 212 personen.”
- Het resultaat handelt: „De analyse laat een duidelijk verschil zien.”
- De bron handelt: „Auteur (jaar) bestrijdt deze lezing.”
De lijdende vorm blijft juist waar de handelende partij echt niet ter zake doet, zoals in „De monsters werden bij vier graden bewaard”. Wat uiteindelijk voorgaat, is het voorschrift van je opleiding, en die vraag stel je beter voor het schrijven dan na de verdediging.
Naamwoordstijl vermijden
Naamwoordstijl ontstaat wanneer de handeling van een zin naar een zelfstandig naamwoord verhuist en het werkwoord een lege huls wordt. Het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen noemt deze stijl in academische teksten gebruikelijk, maar schadelijk voor de leesbaarheid, juist omdat er lege werkwoorden mee binnensluipen.
Het mechanisme is te herkennen aan uitgangen op -ing, -heid en -atie naast zwakke werkwoorden als plaatsvinden, uitvoeren en verrichten. De zin wordt langer en abstracter zonder preciezer te worden, en de lezer moet zelf reconstrueren wie wat doet. Dat is precies het werk dat een wetenschappelijke tekst de lezer zou moeten besparen.
De lijdende vorm maakt een zin niet objectief. Hij verzwijgt alleen wie iets deed.
De correctie is steeds dezelfde beweging: haal de handeling terug uit het zelfstandig naamwoord en zet haar in het werkwoord. Drie voorbeelden laten zien hoeveel er dan verdwijnt zonder dat er informatie verloren gaat.
- De uitvoering van de enquête vond plaats in mei. Beter: De enquête liep in mei.
- Er heeft een analyse van de gegevens plaatsgevonden. Beter: De analyse laat zien dat …
- Er is sprake van een afhankelijkheid van intelligentie van geslacht. Beter: Intelligentie hangt af van geslacht.
Naast de naamwoordstijl noemt het Groningse portaal nog een detail dat vaak wordt overgeslagen: algemene afkortingen als bijv., m.a.w. en i.t.t. horen niet in een academische tekst. Alleen ingevoerde vakafkortingen blijven staan, en die introduceer je één keer voluit.
Gratis enquête maken
Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.
- Enquête met AI
- Aanpassen met drag & drop
- Analyse in realtime
Welke woorden je kunt schrappen
Schrappen kun je in een scriptie vooral vage woorden zonder eigen inhoud, verzachtende woorden die een bewering onduidelijk maken, en zinnen die alleen aankondigen wat toch al komt. Samen vullen ze vaak een tiende van een concept zonder één argument te dragen.
De reden dat dit meer is dan cosmetiek: elk verzachtend woord verschuift de bewering zonder dat je het merkt. „Deze methode is eigenlijk geschikt” beweert iets anders dan „Deze methode is geschikt”, en de beoordelaar leest het verschil.
De lijst vage woorden uit Groningen
Het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen geeft een concrete lijst woorden die te vaag zijn voor een academische tekst. Belangrijker dan de lijst is de bijbehorende waarschuwing: een synoniem helpt niet, alleen een concreet alternatief helpt. Wie „factoren” vervangt door „aspecten” heeft niets opgelost.
- gebeuren, ingaan op, behandelen: zeggen niet wat er precies gebeurt.
- factoren, elementen, zaken, dingen: vervang door de zaak die je bedoelt.
- diverse, enige, enkele, meerdere: noem het aantal of de bron.
- men: verbergt wie iets vindt of doet.
Verzachtende woorden die een bewering verzwakken
Daarnaast staat de bekende reeks verzachtende woorden, die vrijwel altijd opduikt waar de schrijver zich onzeker voelt. Het verzachtende woord vervangt dan de onderbouwing die ontbreekt. De zoekfunctie vindt ze in enkele minuten, en elke schrapping maakt de zin controleerbaarder.
- eigenlijk, enigszins, tamelijk: nemen de bewering haar toetsbaarheid af.
- in feite, uiteindelijk, per slot van rekening: vaag en vaak overbodig.
- zeer, heel, buitengewoon: versterken zonder bewijs.
💡 Tip
Lees je scriptie één keer door met maar één vraag in je hoofd: hoe zeg ik dit eenvoudiger? Verander in die ronde niets aan de inhoud, alleen aan de formulering. Het is de correctieronde met de beste verhouding tussen moeite en effect, en hij vindt meer dan welke spellingcontrole ook.
Herhaling van vakbegrippen
Een vakbegrip herhalen is in een wetenschappelijke tekst juist goed, omdat een andere benaming het vermoeden wekt dat er iets anders bedoeld wordt. Dat is misschien de grootste afwijking van wat je op school leerde, waar afwisseling in woordkeuze gold als teken van goede stijl.
Het mechanisme is zichtbaar zodra je het benoemt. Als een scriptie hetzelfde in hoofdstuk één een steekproef noemt, in hoofdstuk drie een selectie en in hoofdstuk vijf een panel, kan de lezer niet weten of de schrijver elegantie zoekt of een onderscheid maakt. In een essay kost dat niets. In een onderzoeksverslag kost het de mogelijkheid om de redenering te volgen, een veel duurder verlies dan een herhaald woord.
De regel geldt alleen voor gedefinieerde begrippen. Bij alle andere woorden mag en moet je afwisselen, en voornaamwoorden blijven een legitiem middel om niet driemaal „de theorie” in één alinea te zetten. De voorwaarde is dat elke „deze” en elke „hij” precies één mogelijk antecedent heeft. Zodra er twee in aanmerking komen, wint de herhaling weer.
Veelgemaakte fouten bij wetenschappelijk schrijven
De volgende vier fouten duiken steeds opnieuw op in scripties, en ze hebben één gemeenschappelijke oorsprong: alle vier komen ze voort uit de poging bijzonder wetenschappelijk te klinken. Wie ze kent, vindt ze in een paar minuten nalezen terug.
Het snelst gaat dat met de zoekfunctie. Drie van de vier zijn op te sporen via losse woorden of leestekens, zonder de scriptie helemaal opnieuw te lezen.
De zin die over tien regels loopt
De zin met veel bijzinnen gold lang als bewijs van intellectuele inspanning. Voor de lezer was hij dat nooit, en tegenwoordig geldt hij als een gebrek. In de praktijk: één zin draagt één gedachte. Wie bij hardop lezen twee keer adem moet halen, is een punt vergeten.
De tijdwisseling midden in een hoofdstuk
De sprong tussen tegenwoordige en verleden tijd binnen één alinea is de meest voorkomende vormfout in empirische scripties. Hij ontstaat vrijwel altijd op de naad tussen aangehaalde literatuur en eigen onderzoek. De Groningse verdeling per onderdeel helpt hier: controleer per onderdeel, niet per zin.
De alinea waarin onduidelijk blijft wie iets beweert
Staat er aan het eind van een alinea een bronvermelding, geldt die dan voor de hele alinea of alleen voor de laatste zin? Die vraag mag tijdens het lezen niet opkomen. Of de verwijzing als voetnoot of tussen haakjes verschijnt, bepaalt de citeerstijl en niet de wetenschappelijkheid: de Harvard-stijl zet korte verwijzingen in de tekst, andere normen gebruiken voetnoten. De gids over correct citeren laat zien welke vorm wanneer geldt.
Het begrip dat onderweg van betekenis verandert
Een begrip dat in hoofdstuk één wordt ingevoerd en in hoofdstuk vier anders wordt gebruikt, maakt een hele redenering aanvechtbaar. Het treft vooral woorden als enquête, peiling, vragenlijst en onderzoek, die in het dagelijks gebruik uitwisselbaar lijken en in een onderzoeksverslag niet hetzelfde betekenen. Leg je begrippen één keer vast en houd ze door alle hoofdstukken vol.
Conclusie
Wetenschappelijke stijl is geen toon maar een reeks verdedigbare keuzes, en de meeste vallen aan de kant van de duidelijkheid. De tegenwoordige tijd als basis, de bedrijvende vorm in de derde persoon, geen naamwoordstijl en dezelfde begrippen van begin tot eind brengen je verder dan welke gedraaide formulering ook. Bij twijfel gaat de scriptiehandleiding van je opleiding boven elke algemene aanbeveling, ook boven deze.
Hoe het verdergaat
- Wil je weten welke stappen vooraf gaan aan het schrijven? Een wetenschappelijk werk schrijven
- Zoek je de volgorde van hoofdstukken en lijsten? Opbouw van een wetenschappelijk werk
- Vraag je je af wat een redactieronde mag veranderen? Redactie van je bachelorscriptie
Hoort er een eigen enquête bij je scriptie?
Met empirio.ai, een online enquêtetool uit Duitsland, maak je de vragenlijst gratis en krijg je de analyse die je in je resultatenhoofdstuk beschrijft. Gratis beginnen
