empirio.ai

Bachelor: Gids, structuur incl. voorbeeld

Bachelorscriptie in Nederland: opbouw, planning en beoordeling, plus wat je OER regelt over uitstel, te laat inleveren en een herkansing na een onvoldoende.

Auteur bij empirio.ai - Marvin Depping, medeoprichterdoor Marvin DeppingBijgewerkt op 12 oktober 2026Leestijd 17 min

Je studie zit er bijna op en alleen je afstudeerwerk staat nog tussen jou en je bachelordiploma. Op de meeste vragen daarover geeft de onderwijs- en examenregeling van je opleiding antwoord, alleen leest bijna niemand die voordat de eerste deadline in zicht komt.

Een bachelorscriptie is het afsluitende onderzoeksverslag van je bacheloropleiding, waarmee je binnen een vaste termijn laat zien dat je een vraag uit je vakgebied zelfstandig en volgens de methoden van dat vak kunt onderzoeken. Hoe groot ze is en wat er gebeurt als ze tegenvalt, regelt geen landelijke wet maar je eigen opleiding. Na dit artikel weet je hoe je scriptie is opgebouwd, hoe je de doorlooptijd verdeelt en welke drie regels je kent voordat je begint.


📌 In het kort

  • Een bachelorscriptie is het laatste grote onderdeel van je bachelor.
  • Hogescholen spreken vaak van een afstudeeropdracht.
  • De omvang staat in studiepunten (EC), niet in pagina’s.
  • Uitstel en herkansing regelt elke opleiding in haar eigen scriptiereglement.
  • De OER van je opleiding gaat boven elk algemeen advies.

Gratis enquête maken

Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.

  • Enquête met AI
  • Aanpassen met drag & drop
  • Analyse in realtime
Gratis beginnen

Wat is een bachelorscriptie en wat wordt er van je verwacht?

Een bachelorscriptie is een wetenschappelijk afstudeerwerk waarmee studenten aan het eind van hun bachelor laten zien dat ze een vraag uit hun vakgebied zelfstandig, methodisch navolgbaar en binnen een vaste termijn kunnen beantwoorden. Formeel is ze een tentamen zoals elk ander, alleen wel het grootste van je opleiding.

Een aparte wet voor de scriptie bestaat in Nederland niet. Wel verplicht de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) in artikel 7.13 elke opleiding tot een onderwijs- en examenregeling (OER), met daarin onder meer de inhoud van de examens, de studielast van elk onderdeel en het aantal tentamenkansen. Volgens de Rijksoverheid doe je aan de universiteit in je afstudeerfase een wetenschappelijk onderzoek en schrijf je daarover een scriptie of geef je een presentatie. In het hbo kan het afsluitende examen een literatuuronderzoek, een bachelorscriptie of een portfolio zijn, en daarom heet hetzelfde werk op een hogeschool vaak afstudeeropdracht.

Wat er van een bachelorscriptie verwacht wordt

Van een bachelorscriptie wordt een kleine, zelfstandige bijdrage verwacht waarmee je laat zien dat je de werkwijze van je vak beheerst. Concreet gaat het om een onderzoeksvraag die in de beschikbare tijd te beantwoorden is, een methode die bij die vraag past en een redenering die anderen kunnen volgen. Of je daarvoor bestaande literatuur analyseert of zelf data verzamelt, hangt af van je opleiding. Met beide routes kun je een hoog cijfer halen.

Wat een bachelorscriptie niet hoeft te leveren

Een bachelorscriptie hoeft geen gat in de wetenschap te dichten en geen direct bruikbaar resultaat voor de praktijk op te leveren. Het verschil met een masterscriptie zit niet in het aantal pagina’s, maar in de mate van zelfstandigheid: in je bachelor laat je zien dat je de methoden van je vak correct toepast, in je master kies je ze zelf en benoem je hun grenzen. Wie de zwakke plekken van het eigen onderzoek eerlijk benoemt, verliest daar geen punten mee, maar wint ze eerder.

Hoeveel studiepunten opleidingen voor een scriptie rekenen en waarom de paginaaantallen op internet nergens bindend zijn, lees je in het artikel over wat een thesis precies is.

Empirische of theoretische bachelorscriptie: wat past bij je vraag?

Je onderzoeksvraag bepaalt het type onderzoek, niet je smaak. Een vraag naar aantallen, verbanden of meningen vraagt om eigen data, een vraag naar begrippen, theorieën of interpretaties vraagt om zorgvuldig literatuuronderzoek. Wie eerst de methode kiest en daar een vraag bij zoekt, draait de volgorde om en merkt dat meestal pas bij de analyse.

Bij veel opleidingen ligt het type al vast in de scriptiehandleiding. Heb je wel een keuze, kijk dan naar de randvoorwaarden. Voor een eigen dataverzameling heb je toegang tot respondenten nodig, tijd voor de respons en een analysemethode die je beheerst. Voor een theoretische scriptie heb je vakliteratuur nodig en het geduld om je door tegenstrijdige standpunten heen te werken. Op een hogeschool komt daar vaak een opdrachtgever bij die naast het onderzoek ook een praktisch advies verwacht.

KenmerkEmpirische bachelorscriptieTheoretische bachelorscriptie
Typische vraagHoe hangt A samen met B?Hoe valt A theoretisch te begrijpen?
Basiszelf verzamelde databestaande literatuur en bronnen
Methodenenquête, observatie, experiment, inhoudsanalyseliteratuuranalyse, theorievergelijking, systematische review
Grootste risicote weinig respons, te laat begonnenstapels materiaal zonder eigen standpunt

Wat een eigen dataverzameling extra vraagt

Een eigen dataverzameling brengt stappen mee die in geen enkele planning voor een theoretische scriptie staan. Denk aan een pretest met een paar mensen, een privacyverklaring in je vragenlijst volgens de AVG, het anonimiseren van de antwoorden en bij sommige opleidingen een toets door de ethische commissie van je faculteit. Doe de pretest met precies de versie die je later verstuurt: je kunt de vragenlijst maken, de link naar een paar testpersonen sturen en hun feedback verwerken voordat het veldwerk begint. Reken bovendien op een veldwerkperiode van meerdere weken, want de respons komt niet op de eerste dag binnen. Wat er precies geldt, verschilt per opleiding en per instelling, dus vraag het vroeg aan je scriptiebegeleider.

De afweging tussen beide routes werkt het artikel over empirisch of theoretisch afstudeerwerk verder uit. Hoe een eigen onderzoek van opzet tot resultaten verloopt, lees je in het artikel over de empirische scriptie.

Opbouw van een bachelorscriptie: de volgorde van de onderdelen

De opbouw van een bachelorscriptie volgt een vaste volgorde: titelpagina, samenvatting, inhoudsopgave, inleiding, theoretisch kader, methode en resultaten, conclusie en discussie, literatuurlijst en bijlagen. Bij de meeste opleidingen is die volgorde gelijk, omdat ze de weg van de lezer volgt: eerst weten waar het over gaat, dan de redenering, dan de onderbouwing.

Een paar onderdelen verschillen per opleiding. Een voorwoord is meestal vrijwillig, en een verklaring van eigen werk of originaliteit vragen sommige opleidingen wel en andere niet. Hbo-opleidingen sluiten vaak af met aanbevelingen voor de opdrachtgever. Welke variant voor jou geldt, staat in de scriptiehandleiding of afstudeerhandleiding van je opleiding.

De onderdelen van een bachelorscriptie in de gebruikelijke volgorde

  1. Titelpagina. Titel, instelling, opleiding, naam, studentnummer, begeleider, inleverdatum.
  2. Samenvatting. De hele scriptie op één pagina: vraag, aanpak, belangrijkste uitkomst.
  3. Inhoudsopgave. Alle hoofdstukken en paragrafen met paginanummers, hooguit drie niveaus diep.
  4. Inleiding. Aanleiding, hoofdvraag en deelvragen, doel, opbouw van de scriptie.
  5. Theoretisch kader. Stand van het onderzoek en de begrippen waarmee je werkt.
  6. Methode en resultaten. Hoe je onderzocht hebt en wat eruit kwam, strikt gescheiden.
  7. Conclusie en discussie. Antwoord op de hoofdvraag, beperkingen, vervolgonderzoek, in het hbo vaak met aanbevelingen.
  8. Literatuurlijst. Alle geciteerde bronnen, in de stijl die je opleiding voorschrijft, vaak APA.
  9. Bijlagen. Vragenlijst, transcripten, analysetabellen, codeboek.

Voorbeeldindeling van een empirische bachelorscriptie

Een indeling wordt pas bruikbaar als de hoofdstuktitels iets over de inhoud zeggen. “Theorie” en “Analyse” zeggen niets, “Cultivatietheorie” en “Toetsing van de hypothesen” wel. Neem als voorbeeld een scriptie over het verband tussen nieuwsgebruik en stemming onder studenten, want daaraan kun je de logica van een indeling goed aflezen.

  1. Inleiding: aanleiding en onderzoeksvraag
  2. Theoretisch kader: cultivatietheorie en nieuwsmijding
  3. Onderzoeksopzet: hypothesen, steekproef, vragenlijst
  4. Uitvoering van de online enquête
  5. Resultaten: beschrijvende statistiek en toetsing van de hypothesen
  6. Discussie: interpretatie en beperkingen van het onderzoek
  7. Conclusie

Voor elk kopje geldt: onder elk hoofdstuk en elke paragraaf staat tekst, en twee kopjes volgen nooit direct op elkaar. Wie een paragraaf 2.1 maakt, heeft ook een 2.2 nodig. Welke indelingen er voor het middendeel bestaan en hoe je kiest tussen chronologisch, systematisch en vergelijkend, staat in het artikel over de opbouw van een scriptie.

Planning van je bachelorscriptie: de vier fasen

Een planning voor je bachelorscriptie verdeelt de beschikbare tijd over vier fasen: onderwerp, opzet, uitvoering en eindversie. De meest gemaakte planningsfout is geen luiheid, maar een verkeerd beeld van hoeveel tijd elke stap kost. Het literatuuronderzoek dijt ongemerkt uit en het nakijken wordt structureel onderschat.

Hoeveel tijd je in totaal hebt, hangt af van het aantal studiepunten dat je opleiding aan de scriptie geeft, en dat verschilt flink. Volgens artikel 7.4 van de WHW staan 60 studiepunten gelijk aan 1.680 uur studie, dus 28 uur per studiepunt. Het bachelorproject van de bachelor Psychologie in Leiden telt volgens de OER 2025-2026 15 studiepunten, goed voor 420 uur werk. De afstudeerleidraad van HBO-ICT aan de Hogeschool Utrecht kent 30 studiepunten toe aan afstuderen met een scriptie, met een begeleidingstraject van gemiddeld 20 weken. Een getal dat voor iedereen geldt, bestaat dus niet.

Fase 1: een onderwerp kiezen en je aanmelden

In de eerste fase zoek je uit of je onderwerp houdbaar is. Daar horen een eerste verkenning van de literatuur bij, een gesprek met je beoogde begeleider en een eerlijke haalbaarheidscheck: kom ik aan data, is er genoeg literatuur, past de vraag in de tijd die ik heb? Doe die check vóór je officiële aanmelding, want daarna lopen de vaste deadlines van je opleiding. Hoe je stap voor stap tot een goed onderwerp komt, lees je in het artikel over een onderwerp voor je bachelorscriptie.

Fase 2: opzet en onderzoeksvoorstel

In de tweede fase ontstaat het geraamte. Je bakent de literatuur af, legt de onderzoeksvraag vast en kiest het type onderzoek. Bij een empirische scriptie komen daar de hypothesen bij, het meetinstrument en de planning van je steekproef. Veel opleidingen vragen op dit punt een onderzoeksvoorstel of plan van aanpak van een paar pagina’s, en bij sommige mag je pas verder als dat voorstel is goedgekeurd. Hoe je van een vraag naar toetsbare verwachtingen komt, staat in het artikel over hypothesen opstellen.

Fase 3: onderzoek en ruwe versie

De derde fase is de langste: theoretisch kader schrijven, onderzoek uitvoeren, data analyseren, ruwe versie afmaken. Beslissend is dat je tegelijk schrijft en niet pas na de analyse begint. Wie het schrijven voor zich uit schuift, mist aan het eind de tijd die nodig is om de resultaten goed te bespreken. Een onaffe ruwe versie is op dit punt meer waard dan één perfect hoofdstuk.

Fase 4: herschrijven, laten nakijken, inleveren

In de laatste fase onderzoek je niets nieuws meer, je werkt alleen nog aan de tekst: redenering controleren, opmaak gelijktrekken, inhoudsopgave en literatuurlijst bijwerken, laten nakijken, de definitieve versie uploaden. Plan deze fase ruim en lever niet op de laatste dag in, want juist op die dag gaat er iets mis met de upload, het bestand of de opmaak. Wat bij het nakijken door anderen mag en waar de grens met ongeoorloofde hulp ligt, lees je in het artikel over je scriptie laten nakijken.

Tip

Zet de inleverdatum in je agenda en reken terug: leg je laatste schrijfweek twee weken vóór die datum. De ruimte daartussen is geen reserve voor extra inhoud, maar voor alles wat er altijd tussenkomt.

Een stappenplan met een takenlijst per fase vind je in het artikel over de aanpak van je bachelorscriptie.

Gratis enquête maken

Met empirio.ai maak je in enkele minuten een moderne online enquête — met hosting in de EU.

  • Enquête met AI
  • Aanpassen met drag & drop
  • Analyse in realtime
Gratis beginnen

Drie regels uit je OER en scriptiereglement die bijna geen gids noemt

Naast de inleverdatum zelf regelen OER en scriptiereglement nog drie dingen: uitstel van die datum, de gevolgen van te laat inleveren en de herkansing na een onvoldoende. In de meeste gidsen kom je ze nauwelijks tegen, terwijl juist zij tellen zodra iets niet volgens plan loopt.

Voor dit artikel hebben we drie openbare regelingen naast elkaar gelegd: het scriptiereglement 2026-2027 van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen, dat sinds 1 september 2026 geldt, de afstudeerleidraad 2025-2026 van HBO-ICT aan de Hogeschool Utrecht en het model voor de bachelor-OER’s van de RUG voor 2025-2026. In grote lijnen lijken ze op elkaar, in de details verschillen ze duidelijk. Bindend is altijd de regeling van je eigen opleiding.

Regel 1: uitstel van de inleverdatum

Uitstel van de inleverdatum krijg je niet zomaar, want elke regeling legt vast wie erover beslist en onder welke voorwaarden. Bij Rechtsgeleerdheid in Groningen beslist de facultaire scriptiecoördinator, na overleg met de inhoudelijke scriptiecoördinator, je scriptiebegeleider en de studieadviseurs, en alleen bij “bijzondere omstandigheden van dwingende aard”. Bij HBO-ICT in Utrecht beslist de examencommissie over uitstel bij bijzondere omstandigheden. Daarnaast kun je daar zelf kiezen voor een verlenging naar de volgende afstudeerperiode, ongeveer tien weken later.

RegelingUitstel of verlengingNa een onvoldoende
RUG Rechtsgeleerdheid 2026-2027alleen bij omstandigheden van dwingende aardreparatie van vier weken, hooguit een 6,0
HU HBO-ICT 2025-2026verlenging naar de volgende periode, circa tien wekenéén herkansing, daarna een nieuwe opdracht
Model-OER bachelor RUG 2025-2026afwijken alleen via de examencommissieeenmaal een reparatieopdracht

Stand van zaken: oktober 2026, bindend is de versie die voor jouw opleiding geldt.

Welke omstandigheden meetellen, staat meestal in de OER. Het model-OER van de RUG noemt onder meer ziekte, een handicap of chronische ziekte, zwangerschap en bijzondere familieomstandigheden. Meld zoiets zo snel mogelijk bij je studieadviseur, ook als je nog niet weet of je uitstel nodig hebt.

Regel 2: te laat inleveren

Te laat inleveren is in sommige regelingen geen kleine overschrijding, maar direct een onvoldoende. Bij Rechtsgeleerdheid in Groningen krijgt wie de eindversie niet of niet op tijd inlevert een “O” (onvoldoende), en dan zonder reparatieperiode. Je verliest daar dus niet alleen je eerste kans, maar ook de herstelronde die anderen na een onvoldoende wel krijgen. Bij HBO-ICT in Utrecht liggen de deadlines per afstudeerperiode vast, voor het tweede concept, de beoordeling en de definitieve scriptie.

Vraag uitstel daarom aan zodra je ziet dat de deadline niet haalbaar is, en niet pas als hij al voorbij is. Twijfel je over de procedure, vraag dan je studieadviseur hoe die bij jouw opleiding loopt.

Regel 3: herkansing na een onvoldoende

Een onvoldoende scriptie betekent in geen van de drie regelingen het einde van je opleiding, maar de tweede kans is wel beperkt. Bij Rechtsgeleerdheid in Groningen volgt op een onvoldoende eindversie een reparatieperiode van vier weken zonder begeleiding, en een scriptie na reparatie krijgt hooguit een 6,0. Bij HBO-ICT in Utrecht heb je na een verlenging recht op één herkansing. Lukt die ook niet, dan stopt het traject en zoek je een nieuwe opdracht. Het model-OER van de RUG geeft bij een onvoldoende scriptie eenmaal de gelegenheid om via een reparatieopdracht alsnog een voldoende te halen.

Twee dingen worden daarbij vaak over het hoofd gezien. Ten eerste kost een herkansing tijd: een verlenging of reparatie schuift je afstudeerdatum op, en soms ook de start van een master. Ten tweede telt een herkansing mee voor je judicium. Volgens het model-OER van de RUG kom je niet meer in aanmerking voor cum laude als je een tentamen vaker dan één keer hebt afgelegd.

Pas op

Bij fraude of plagiaat gaat het niet meer om een herkansing. Volgens artikel 7.12b van de WHW kan de examencommissie je het recht ontnemen om tentamens af te leggen, voor hooguit een jaar, en bij ernstige fraude kan het instellingsbestuur je inschrijving definitief beëindigen. Controleer daarom vóór het inleveren al je bronverwijzingen, ook die bij parafrases.

Alle drie de regels staan in je OER, in het scriptiereglement of in de afstudeerhandleiding van je opleiding, meestal bij de bepalingen over het afstudeerwerk en over herkansingen. Zoek ze één keer op en bewaar de vindplaats. Een artikel op internet vervangt geen juridisch advies en geen antwoord van je examencommissie of studieadviseur.

Hoe je bachelorscriptie wordt beoordeeld en hoe zwaar ze meetelt

Een bachelorscriptie wordt meestal door twee examinatoren beoordeeld, vaak je begeleider en een tweede beoordelaar, en krijgt een cijfer op de Nederlandse schaal van 1 tot 10. Een 6 is voldoende, en sommige regelingen leggen de grens al bij een 5,5. Hoe zwaar dat cijfer meetelt, legt geen wet vast, maar je instelling.

Wat wel vaststaat, is het aandeel van de scriptie in de studielast. Bij 15 van de 180 studiepunten, zoals bij het Leidse bachelorproject Psychologie, is dat ruim 8 procent, bij 30 van de 240 studiepunten in het hbo 12,5 procent. Belangrijker is vaak de rol van de scriptie in het judicium. Elke instelling bepaalt zelf wanneer je cum laude afstudeert, en Hogeschool Leiden eist daarvoor in haar OER 2025-2026 onder meer een gewogen gemiddelde van minstens 8,0 én een afstudeeropdracht met minstens een 8,0. Het model-OER van de RUG vraagt voor cum laude eveneens minstens een 8,0 voor de scriptie.

Waar je bachelorscriptie op wordt beoordeeld

Beoordeeld worden vier dingen: de onderzoeksvraag, de methode, de redenering en de omgang met bronnen. De vorm telt ook mee, maar beslist zelden over een heel cijfer zolang je je aan de eisen houdt. Wie een scriptie kunstmatig oprekt, maakt haar meestal slechter, omdat herhalingen en zijpaden de redenering verwateren. Een korte scriptie die haar vraag beantwoordt, scoort beter dan een lange die eromheen schrijft.

Waar je de beoordelingscriteria echt vindt

De concrete criteria staan niet in de OER, maar in het beoordelingsformulier of de rubric van je opleiding, en vaak staat dat document gewoon in de digitale leeromgeving. Vraag er bij twijfel naar bij je begeleider voordat je begint te schrijven. Een beoordelingsformulier met wegingen vertelt je in vijf minuten meer over wat er van je scriptie verwacht wordt dan welke algemene gids ook.

Beoordeeld wordt of je scriptie haar vraag beantwoordt. De rest is omlijsting.

Veelgemaakte fouten in een bachelorscriptie

De meeste puntenaftrek komt niet voort uit gebrek aan kennis, maar uit keuzes die vroeg gemaakt en laat ontdekt worden. Vier fouten komen daarbij opvallend vaak terug, en alle vier zijn in de eerste weken nog goedkoop te herstellen.

Opvallend is dat inzet bij geen van de vier een rol speelt. Elke fout ontstaat uit een besluit aan het begin waar daarna niemand meer over gesproken heeft: over de afbakening van de vraag, over het startmoment van het veldwerk, over de verantwoording van de methode en over de rol van de conclusie. Wie ze één keer bewust met de begeleider doorloopt, voorkomt later dure correcties.

De onderzoeksvraag is te breed

Een vraag als “Wat is de invloed van sociale media op jongeren?” is in één semester niet te beantwoorden. Ze dwingt je aan de oppervlakte te blijven, en precies dat valt bij de beoordeling op. Baken af: welk platform, welke leeftijdsgroep, welk aspect, welke periode. Een smalle vraag ziet er in je onderzoeksvoorstel onopvallend uit en draagt je scriptie toch tot het eind.

Het veldwerk start te laat

Bij een empirische scriptie is het veldwerk het enige deel dat je niet kunt versnellen. Respons kost tijd, en een te kleine steekproef is achteraf niet meer te repareren. Wie de enquête pas verstuurt als het theoretisch kader af is, mist aan het eind de weken die nodig zijn voor analyse en discussie. Plan het veldwerk zo vroeg als je onderzoeksopzet toelaat.

Het methodehoofdstuk beschrijft in plaats van te verantwoorden

Veel scripties vertellen uitgebreid wat er gedaan is en zeggen niet waarom. Juist die verantwoording wordt beoordeeld: waarom deze methode en geen andere, waarom deze steekproef, waarom deze schalen, welke beperkingen brengt die keuze mee. Een methodehoofdstuk zonder onderbouwing leest als een logboek en laat de beoordelaars in het ongewisse of je bewust hebt gekozen.

De conclusie herhaalt de hoofdstukken

Een conclusie is geen samenvatting van je scriptie, maar het antwoord op je onderzoeksvraag. In de discussie horen de beperkingen van je eigen onderzoek en een korte blik vooruit, geen nieuwe bronnen of nieuwe onderwerpen. Als je conclusie alleen de kopjes van je hoofdstukken in zinnen giet, laat je de kans liggen om je eigen werk zichtbaar te maken.

Conclusie

Een bachelorscriptie is voorspelbaarder dan ze voelt: de opbouw ligt vast, de vier fasen zijn bekend en het cijfer hangt af van de vraag of je scriptie haar onderzoeksvraag beantwoordt. Het verschil maak je met de voorbereiding vóór je aanmelding. Lees de OER en het scriptiereglement van je opleiding één keer helemaal, noteer de regels over uitstel, te laat inleveren en herkansing, en baken je vraag zo af dat ze in je doorlooptijd past.

Hoe je verdergaat


Heb je eigen data nodig voor je bachelorscriptie?

Met empirio.ai, een online enquêtetool uit Duitsland met hosting in de EU, maak je de vragenlijst voor je methodehoofdstuk en exporteer je de antwoorden direct voor je analyse.

Zo plan je de enquête voor je scriptie

Veelgestelde vragen

De regels voor je bachelorscriptie staan in de onderwijs- en examenregeling (OER) van je opleiding en meestal ook in een apart scriptiereglement of een afstudeerhandleiding. Elke opleiding moet volgens artikel 7.13 van de WHW een OER vaststellen, met onder meer de studielast van elk onderdeel en het aantal tentamenkansen. Bij vragen over uitzonderingen is de examencommissie van je opleiding het aanspreekpunt.

Uitstel voor je bachelorscriptie regelt elke opleiding zelf, vaak alleen bij bijzondere omstandigheden zoals ziekte. Bij Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen beslist de facultaire scriptiecoördinator, uitsluitend bij omstandigheden van dwingende aard. Bij HBO-ICT aan de Hogeschool Utrecht kun je verlengen naar de volgende afstudeerperiode. Vraag uitstel aan zodra je ziet dat de deadline niet haalbaar is (stand van zaken: oktober 2026).

Een te laat ingeleverde bachelorscriptie levert bij sommige opleidingen direct een onvoldoende op, bijvoorbeeld bij Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar krijgt een eindversie die niet of niet op tijd binnen is een O (onvoldoende), zonder reparatieperiode. Daarmee verlies je ook de herstelronde die je na een gewone onvoldoende wel had gekregen. Controleer de deadlines en de gevolgen in het scriptiereglement van je opleiding.

Na een onvoldoende bachelorscriptie krijg je een herstelkans waarvan de vorm per opleiding verschilt. Bij Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen volgt een reparatieperiode van vier weken, waarna je hooguit een 6,0 kunt halen. Bij HBO-ICT aan de Hogeschool Utrecht heb je na een verlenging recht op één herkansing, en lukt die niet, dan zoek je een nieuwe opdracht (stand van zaken: oktober 2026).

Ja, bij Hogeschool Leiden en in het model-OER van de Rijksuniversiteit Groningen is een scriptie of afstudeeropdracht met minstens een 8,0 een aparte voorwaarde voor cum laude. Daarnaast moet je gemiddelde hoog genoeg zijn. Volgens de Rijksoverheid bepaalt elke instelling zelf wat er nodig is om cum laude af te studeren, en de regels staan in de OER of in de regels van de examencommissie.

Een bachelorscriptie wordt in Nederland meestal door twee examinatoren beoordeeld, vaak je begeleider en een tweede beoordelaar, op een schaal van 1 tot 10. Beoordeeld worden vooral de onderzoeksvraag, de methode, de redenering en het gebruik van bronnen. De precieze criteria en hun weging staan in het beoordelingsformulier of de rubric van je opleiding, niet in de OER zelf.

Dit zou je ook kunnen interesseren